Home
 

Santiago de Compostella


VERSLAG VAN GERARD GOUDRIAAN's VOETTOCHT NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELLA IN 2004  © Gerard Gourdiaan

Op zondag 30 maart 2004 vertrok ik voor 2 ½ maand te voet naar Santiago de Compostella. Bij een lange voettocht hoort een lang verslag. Dit is dan ook een een zeer groot bestand met vele pagina's! Voor de pure liefhebber. 

Zaterdag 29-3 en zondag 30-3 was een onvergetelijk uitzwaaiweekend met een aantal wandelvrienden en vriendinnen. Natuurlijk wandeltochten gemaakt. Een hoogtepunt van mijn tocht zonder dat die daadwerkelijk al begonnen was! Het was gezellig, iedereen kon het goed met elkaar vinden en ik ben in de bevoorrechte positie dat ik iedereen ken. Bovendien was het zomer (in maart...).

Zaterdag liepen we van Valkenburg naar Gulpen via het Krijtlandpad en terug via het Pelgrimspad. Zondag naar Cadier en Keer, waar ik van iedereen afscheid neem. Overnacht in pension in St Geertruid., 26 kilometer gelopen.

Traject Cadier en Keer - Reims
Maandag 31-3: de eerste echte wandeling
,
De tocht naar de jeugdherberg in Luik is 32 km, die ik helemaal loop (geen stadsbus in Luik).

Dinsdag 1-4: zonder bagage naar Esneux.
Het leek me rustig om weer terug te gaan naar Luik zodat ik in Esneux niets hoef te zoeken, weinig hoef te dragen en weinig hoef uit te geven. De tocht is 20 km en ik ben er al om 13.00 uur. Heerlijk in de zon op het terras een biertje gedronken.

Woensdag 2-4
ben ik van plan terug te gaan naar Esneux. Door een klassieke stomme fout mis ik de trein. Ik had vluchtig gezien dat er 20 minuten na de gewone trein, weer een trein naar Esneux zou gaan. Dat bleek alleen in de toeristische tijd zo te werken. Dat betekende dat ik 2 uur moest wachten op de volgende trein. En dat met een wandeling van 35 km voor de boeg, en met nergens een overnachtingsmogelijkheid: dit deed me besluiten deze dagtocht te cancelen. Dus geen Esneux-Huy. In plaats daarvan neem ik de trein naar Huy alwaar ik na een heerlijke Leffe (ik wilde een kopje thee drinken, maar het hele cafe drinkt om 9.30 uur al Leffe Bruin. Een beetje aanpassen aan de plaatselijke gewoonte misstaat een toerist natuurlijk niet. De tocht zelf, van Huy naar Andenne is kort: 17,5 km. Door het slechte weer, met sneeuw, toch zwaar. In Andenne weer hetzelfde gedaan: de trein naar Namen genomen en daar voor 3 nachten de jeugdherberg geboekt. Een goede prettige jeugdherberg, waar ik kon kiezen uit voetbalwedstrijden van Frankrijk, Spanje en Engeland. Het werd eerst Israel-Frankrijk en daarna de 2e helft van Engeland-Turkije met als bitter smakend toetje een samenvatting van Moldavie-Nederland. Maar het was gezellig met docenten van het ROC uit Bemmel die met een examengroep het jaar afsluiten met 'survivallen' in de Ardennen.

Donderdag 3-4
Door met de trein naar Namen te gaan, moet ik deze dag weer met de trein terug naar Andenne en vandaar naar Namen lopen, een afstand van 23 km.Een relaxte, lichte wandeling omdat ik slechts met beperkte bepakking hoef te lopen. Het loopt als de 4-daagse...en de 23 km zijn, inclusief rust, in 5 uur gepiept. Lekker op tijd terug in Luik waar ik de Volkskrant spel met een heerlijke Hoegaarden van het vat in een aangenaam cafe. 's Avonds was er een groep studenten uit Delft op excursie in de Eiffel en de Ardennen.

Voor het eerst twee pelgrims ontmoet: Willy uit Luik van 65 die via Vezelay naar Santiago gaat. Hij is er al eerder geweest, maar toen vertrokken uit Saint-Jean-Pied de Port. Nu loopt hij het hele stuk vanaf Luik. Na 1 dag is zijn vrouw de tent en andere bagage komen halen, het was te zwaar. Willy vertrok op 1 april.

Ad, de andere pelgrim vertrok ook op 1 april van zijn woonplaats vlakbij de Nederlandse grens en Maastricht. Hij is Nederlander die zich in Belgie heeft gevestigd, maar niet om fiscale redenen. 'Die types', zo vindt hij, 'moet je alle Nederlandse rechten afnemen en dan kijken of ze nog zo graag in Belgie willen wonen'. Hij gaat naar Santiago, maar via Le Puy. Willy neemt de kortere weg via Vezelay en Perigieux. Ad moet op 1-5 in Le Puy zijn en kan dus niet alles lopen. Daarom heeft hij gisteren een lift van 40 km. genomen.

Vrijdag 4-4
De heren doen wat meewarig over mijn reizen met de trein, maar het bevalt mij prima. Vandaag 29,5 km gelopen naar Goddine halverwege de Maas. De twee anderen hadden geen trek in de GR en liepen alleen langs de Maas en misten daardoor de mooie uitzichten en het GR geploeter op de heuvels en in de bossen.

Zaterdag 5-4
Nu echt de navelstreng doorgeknipt en de jeugdherberg-trein connectie achter me gelaten. Vanochtend door Bert, een fysiotherapeut uit Vlaanderen naar het station gebracht. Wegens een cursus sliep hij in de jeugdherberg. Vandaag 32 km gelopen van Godinne naar Falmignoul, vlakbij de bekende Alpinistische Maas rotsen ten zuiden van Dinant. Ik slaap nu in een kamer van 44 euro met ontbijt. Het is een hoop geld, maar het zijn courante prijzen. Vandaag is ook het debat over De Kwestie Medelijden (Gerard praat hier over zijn werk in NL, bs). Ik moet nog aan Bertho vragen hoe het is geweest.

Zondag 6-4
Als afscheid heb ik een boekwerkje van de uitzwaaiers gekregen waarin voor iedere dag iets leuks is geschreven. Voor deze dag heeft Marianne het prachtige gedicht 'Weggaan' van Rutger Kopland opgeschreven. Vandaag de Maas naar Givet in Frankrijk afgelopen. Een korte wandeling van 23 km die me toestond om Peter van Petegem de Ronde van Vlaanderen te zien winnen.

Maandag 7-4 Givet-Rocroi.
Vandaag verreweg de zwaarste dag tot nu toe. Qua afstand (45 km) maar ok psychisch. Aan het eind bleek het hotel vol, en moest ik nog 7 km lopen naar een hotel dat wel kamers vrij had. Gelukkig zorgde een lift ervoor dat de 7 km slonken tot 3,5 km. Op deze dag het GR-pad enorm afgesneden. Eerst heb ik de Maas weer afgelopen en daarna de GR opgepakt. Even later deed een bord met de beoogde etappe-plaats (nog 11 km en een volledig lege weg) me besluiten weer verder over de weg te lopen. Daar kwam ik om 13.30 uur aan, wel erg vroeg, en daarom besloten er nog 15 km aan vast te plakken. Wat dus nog bijna 20 km werd...

Dinsdag 8-4 Rocroi-Renwez (??) 18 km.
Weer een prachtige zonnige dag met 's ochtends veel ijs en kou. De eigenaar van het hotel heeft voor vanavond en morgenavond de overnachting voor me geregeld. Vandaag een hersteldag, slechts 18 km gelopen. Het was een rustig dagje dat 's avonds werd besloten met een Koninklijke voetbalwedstrijd. Met majestueus voetbal speelde Real Madrid, Manchester United helemaal weg. Gelukkig toonde Canal + deze wedstijd en had men van de wedstrijd van Ajax slechts een samenvatting van 5 minuten.

Woensdag 9-4 Renwez-Signy-l'Abbaye (???) 24 km.
Want van tevoren een lange weg leek te worden, bleek in een rustige wandeling uit te monden die voor 14.00 uur al was afgelopen. Er was veel af te snijden: onbegrijpelijk dat de GR zoveel omwegen maakt, terwijl de afsnijdingen aan alle eisen voldoen (geen verkeer, lieflijke....???onleesbaar, bs). Het dogma van de GR zullen we maar zeggen. Het ging ook zo snel omdat ik Willy uit Luik weer heb ontmoet, die me achterop kwam en met wie ik zeer genoeglijk wandel. Hij wilde eerst nog verder, maar toen hij hoorde dat er verderop geen onderkomen was, bleef hij in hetzelfde hotel. Daar besloten we om twee dagen samen op te lopen.

Donderdag 10-4 Signy-l'Abbaye naar Brienne sur Aisne (45 km).
In het meegenomen boekje staat voor vandaag een gedicht van Rudy Kousbroek, 'Bewaarplaats'. Het begint met:

'In mijn schoen zit nog
De Herinnnering
Aan de pijn in mijn voet'

Ondanks de 45 km van vandaag geen pijn aan mijn voeten. Mijn rug voelt de 16 kg wel. Vandaag met Willie om 7.45 uur vertrokken. Het was bewolkt weer met 's middags af en toe lichte sneeuw. Gisteravond in het hotel een Vlaamse Pelgrim uit Oostende gesproken die half november naar Santiago was vertrokken en nu weer bijna thuis was. Zeer gebruind en een enorme tocht achter de rug.

Om 17.15 uur aangekomen in Asfeld waar we onderdak probeerden te vinden bij de Mairie (gesloten) en de pastoor (verwees naar een auberge 2 km verderop). In een cafe hierover gesproken met de aanwezigen. De auberge vonden zij te duur, een chambre d'hotel was veel beter Het was 8 km verder, maar dat was geen probleem. Een man aan de bar woont daar toch vlakbij en hij bracht ons keurig.

We werden verwelkomt door de pensionhouder die ons vermanend toesprak: pelgrims horen lopend aan te komen. Deze dag de eerste boerenzwaluw gezien.

Vrijdag 11-4 Brienne sur Aisne-Reims (28 km).
's Morgens was het ijskoud, het leek nog te vriezen. Toch iets vergeten mee te nemen: handschoenen...Het was niet zo lang, maar het voelde oneindig, zo langs het water richting Reims..'s Avonds heerlijk Algerijns gegeten en De Telegraaf uitgeplozen. Ook de kathedraal bezocht.

Zaterdag 12-4
Rustdag met bezoek aan het inernetcafe en het schrijven van dit verslag. Iedereen van harte gegroet uit een warmer wordend Reims!" Nog een laatste vraag: hoe was de Kwestie?

Traject Reims en Vezelay
Zaterdag 12 april: Rustdag in Reims
De rustdag vliegt voorbij. Het Algemeen Dagbad van vrijdag gekocht (Informatie is ontploft; zal Beatrix de partijen nog dwingen met elkaar samen te werken? Wil zij koningin zijn van een land met Italiaanse toestanden?) Een uur in het internet-cafee geweest, boodschappen gedaan, gegeten en daarna het verslag van 2 weken gemaakt. Daarna het museum bezocht, dat prat gaat op zijn 24 werken van Corot (de grootste Corot-verzameling na het Louvre) maar die mij niet kunnen bekoren. Wel ben ik onder de indruk van 2 werken van Pisarro en 2 van Monet en een vroeg werk van Matisse.

Dat is het leuke van alle 'Musees des beaux arts' in Frankrijk. Overal hangt iets verrassends. Het museum in Reims is nog uit de oudheid, niet te vergelijken met de supermusea die je overal in Frankrijk ziet opkomen. Lyon en Lille hebben nu ook vernieuwde musea en dat is toch wat anders dan dit vermolmde, prehistorische museum. Daarna weer naar het internet-cafe geweest. Van Yvon Koster een paar interessante vragen gehad: 'Wil je iets zeggen over:

- verwachtingen
- plezier van het lopen
- ontmoetingen
- tijd voor jezelf
Dat wil ik best, maar apart en een andere keer.

Zondag 13 april: Reims-Chalons en Champagne (50 km, waarvan 20 gelift)
Vanmorgen halverwege de route naar Chalon eerst een Gite d'etape gebeld: maar die was 'complet' (vol). Toen besloten om deze dag maar te laten gebeuren. De weersverwachting is voor vannacht boven de 10 graden en droog, dus er kan buiten geslapen worden. Dat geeft een zeer geruststellend gevoel. We zien wel waar we uitkomen. 's Ochtends even een stukje van de Mis in de kathedraal bezocht. De kathedraal is indrukwekkender dan de Mis. Toen heb ik de bus naar de rand van Reims genomen. Reims lijkt een voorbeeldstad voor liefhebbers van het OV: veel vrije banen, veel afsluitingen voor auto's, het maakt een zeer frequente indruk en is niet duur. Hasselt is het Belgische voorbeeld, zijn er in Frankrijk nog meer voorbeelden Niek?

Na Reims een groot stuk langs een kanaal gelopen en toen de wijngaarden in. Een bijzondere gewaarwording om langs de velden van Mumm, Pommery en Taittinger te lopen. Vooral de wijngaarden van Mumm liggen perfect. Wat een moeite allemaal om een beter product te maken dan een ander 'huis' terwijl de gemiddelde champagne-drinker niet eens het verschil proeft tussen een bubbeldrank uit de Champagne of van buiten de Champagne, laat staan het verschil tussen een Mumm en een Ferrier (???, bs)

Na stevig te hebben doorgelopen en na twee afsnijdingen, kom ik weer in minder koninklijk gebied. Na 30 km aangekomen in Conde-sur-Marne, waar volgens de gids een hotel en een chambre d'hote zijn. Het hotel was gesloten en bij 't Chambe d'Hotel was er niemand. Wat te doen? Dan maar proberen liftend in Chalons - 20 km verderop - te komen. Ik was net bij de weg toen een auto langzamer ging rijden zodra de chauffeur me zag. Hij stopte toen ik mijn duim opstak. Het bleek een aspirant-Santiago ganger te zijn, die volgend jaar het pad gaat lopen. Na een genoeglijk gesprek heeft het echtpaar me bij een jeugdherberg afgezet. Dit is er eentje uit het jaar Nul: krakende bedden , alles smoezelig en slecht onderhouden. Daar twee Vlamingen uit Hulst ontmoet die 1 april zijn vertrokken, via Le Puy lopen en half juli in Santiago willen aankomen.

Maandag 14 april: Chalons-Vitre le Francois (45 km)
In bijna broeierig, zomers weer met veel wind, weer een lange wandeling gemaakt. Hij voerde in het begin langs de Marne. Veel smaller hier dan ik hem ten oosten van Parijs zag. In de Marne vallei ligt de 'nouvelle ville' Noissy. De Marne is hier ongerepter, een echte ijsvogelrivier met hoge oevers en veel takken om vanaf te vissen.

Over vogels gesproken. Vandaag heb ik de 1e koekoek gehoord en de 1e nachtegaal. Zelfs meer dan 1 nachtegaal, het was een concert van elkaar beconcurerende mannetjes die, net teruggekomen, met hun gezang het beste plekje (en een vrouwtje) probeerden te veroveren.

Het is opmerkelijk hoe open de mensen reageren op de wandelaars die naar Santiago gaan. Regelmatig wordt me gevraagd waar ik 'ce matin' vandaan kom, waar ik vertrokken ben en hoe lang ik al bezig ben. Het hele horeca-wezen is ook op de hoogte van de Santiago-route en houdt me regelmatig op de hoogte van wat voor wandelaars er voorbij zijn gekomen. In ieder geval veel Nederlanders. Volgens hen is het echt een Nederlandse route. Na een lange tocht die door de warmte behoorlijk zwaar is, in Vitry-le-Francois aangekomen, een vrij grote plaats met op de borden veel keus uit hotels. Ik kies een 1 ster-restaurant dat een goede keus blijkt te zijn. Een hartelijke sfeer met allemaal pensiongasten die in Vitry aan het werk zijn. Mevrouw weet me te vertellen dat vorige week een Belg was aangekomen die al naar Santiago was geweest en aan zijn terugweg bezig was. Vermoedelik is het de man uit Oostende die ik al ontmoet heb. Het is weer een heerlijk hotel waar ja vanuit het bed TV kunt kijken. Geen nieuws op TV behalve dat het nog warm weer blijft.

Dinsdag 15 april Vitry le Francois - Chavanges (37 km)
Het is zo'n dag waar ik niet weet waar ik uit zal komen. De chambre d'hotel van Outines (bij het kraanvogelgebied) is volgens de hotel-eigenaar telefonisch onbereikbaar. Bij het goed bestuderen van de kaart bleek het weer mogelijk veel af te snijden, zonder op verkeersdrukke wegen te komen. Nog een blik op de kaart leerde me dat Chavanges, dat veel te ver leek, maar wel een hotel heeft met nog wat meer afsnijdingen goed te bereiken is. Dat wordt het dus. Het is een zomerse dag met een temp van 23 graden.

Op het eind van de etappe 2 Francaises ontmoet die ook naar Chavanges gaan. Zij hebben vorig jaar via Le Puy naar Santiago gelopen, en doen zij de Noordroute: via Namur naar Le Puy. Dit zijn ook alweer van die aardige Fransen. Alleen hadden ze slecht nieuws: ze hadden vanochtend de laatste kamer in het hotel geboekt. Maar er is gelukkig nog een hotel. Daar blijk ik de enige gast te zijn. De hoteleigenaresse is benieuwd wat ik allemaal heb gelopen, en wat ik nog ga doen. Ze vertelt ook nog over een Nederlander die vorige week bij haar had gelogeerd en aan wie ze een trui had gegeven omdat het bij het vertrek fors vroor en hij daar met zijn kleding geen rekening mee gehouden had.

Woensdag 16 april Chavanges-Unienville (28 km)
Mevrouw van het hotel geeft me na het ontbijt nog 2 appels mee voor een picnic. Vandaag moet ik de tocht naar Unienville, ongeveer 30 km ten oosten van Troyes en ten zuiden van de lijn met Parijs.

Daar aangekomen nam ik de 1e van de 3 aanwezige gites d'etappes die vlak achter elkaar liggen. Met het oog op de tocht van morgen, was doorlopen naar een dorp verderop handiger geweest (nu moet ik morgen 40 km lopen), maar de Gite stond uitnodigend open en de eigenaar was bezig een gasfles te installeren. De Gite is niet vol, wat heet: ik ben de enige gast. Het is een vochtige doch aangename overnachtingsplaats die een warme douche heeft en een ijskast. Jammer dat ik dat laatste niet van tevoren wist, dan had ik bier of frisdrank kunnen meenemen voor in de vriezer, iets waar het weer zich wel toe leent. Weer een warme dag. Om 21.00 uur 's avonds is het echt een zomeravond. Je kunt in je t-shirt naar de volle maan kijken. Dit is echt genieten geblazen.

Donderdag 17 april Unienville- Bar sur Seine (40 km)
De ramen in de gite vannacht open gehad om te oefenen voor het geval ik noodgedwongen buiten moet slapen. Het voelt goed, groot verschil zal zijn de 'ondergrond'. Bij buiten slapen kan er veel vocht uit de grond trekken. Ik merk het wel.

Wat ik nog vergat te schrijven over gisteravond was dat de beheerder van de Gite die elders in het dorp woont het geld kwam ophalen: 6 euro, 86. Op mijn vraag of ik een stempel voor mijn 'livre de voyage' kon krijgen, moest hij het antwoord schuldig blijven. Maar hij reed toen meteen naar huis om een stempel voor me te halen.

De dag verliep zoals de laatste warme dagen. In het begin gaat het uitstekend, na een km of 30 begint het moeizaam te worden. Ik begin de rugzak te voelen en moet steeds vaker drinken. De laatste km's heb ik echt vochtgebrek. Ik giet bij aankomst ze een halve liter water naar binnen en in het cafe glijden de biertjes ook zonder moeite mijn lijf in. In Bar sur Seine ontmoette ik Willie uit Luik weer. Hij slaapt in een hotel, dat helaas vol is en dus neem ik een ander. Bijzonder is dat ik daar 's avonds buiten kan eten, op 17 april. Het lijkt wel 17 juli.

Tot nu toe waren de ontmoetingen bijzonder hartelijk, maar daar komt een eind aan als een Nederlands echtpaar ook op het terras komt eten. Als ik me voorstel als 'pelgrim' uit Nederland reageert mevrouw als door een wesp gebeten, fluistert haar echtgenoot wat toe en beiden doen alsof ik lucht ben. Ze temperen direct hun gesprek. Een uiterst onaangename ervaring. Heeft het er iets mee te maken dat het echtpaar samen 1 glas wijn drinkt en verder alleen maar water?

Vrijdag 18 april Bar sur Seine -Etourvy (35 km)
In het vriendenboek staat vandaag het motto, door Margreet ingebracht: 'Laat gedachten maar kletsen'. Maar de gedachten die ik gister en vandaag heb uitgewerkt, zijn toch serieus. Ik ben er eindelijk achter hoe ik in de toekomst mijn stadswandelingen in wil kleden, vorm wil geven. Ik ga een stichting oprichten, de Stichting Stads Wandelingen (SSW). De stichting gaat zich richten op het bijeenbrengen, ontwikkelen, publiceren en begeleiden van stadswandelingen in binnen- en buitenland. Belangrijk uitgangspunt is dat de stadswandelingen toegankelijk/begaanbaar moeten zijn voor gehandicapten. Voordat ik bij de CG-Raad werkte (Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad) zou zoiets niet bij me opgekomen zijn. Maar hoe dat precies aan te pakken? Stadswandelingen toegankelijk maken voor gehandicapten, ga daar maar aan staan....

Vandaag langs het huis gelopen van Ellen 't Hoen. Ze werkt op het hoofdbureau van Artsen zonder Grenzen in Parijs en was ook bekend als activiste op het terrein van het geneesmiddel 'Des'. Ze doet het niet zo vaak, pelgrims aanspreken die langs haar huis lopen, maar nu deed ze het wel. Ik werd meteen uitgenodigd om een glaasje witte wijn te drinken, maar daar heb je tijdens de wandeling geen behoefte aan. Eerst een halve liter water en toen kon het genieten beginnen: 3 glazen uitstekende Riesling. Al snel kwamen we erachter dat we een gemeenschappelijke kennis hebben: Joost van der Meer die ook voor Artsen zonder Grenzen werkt, woont vlak bij mij op het KNSM-eiland. Na veel over het leven op het Franse platteland te hebben gesproken, heb ik mijn weg vervolgd. Door de Riesling en de aangename ontmoeting werd ik wat overmoedog. Ik besluit buiten te slapen. Het weer is goed, dus wat let me.

Een mooi plekje gevonden en na het nuttigen van de avondmaaltijd bestaande uit brood met tonijn, camembert, vruchtenyoghurt, een appel en een banaan, duik ik in mijn slaapzak. Wat opvalt is dat je ieder geluidje hoort. Een vogeltje dat zich beweegt in het struikgewas hoor je erg goed. Verder viel op dat er zoveel vliegtuigen voorbij komen. Normaal hoor je ze niet of nauwelijks maar nu waren ze de enige die geluid maakten nadat het avondconcert van de vogels was opgehouden. Gelukkig wordt er 's avonds laat en 's nachts niet gevlogen. Het slapen ging boven verwachting goed. Midden in de nacht voelde het nog erg aangenaam aan. Toen ik om 6 uur wakker werd, gewekt door de vogels, voelde de slaapzak nat en klam aan.

Zaterdag 19- 4: Etourvy - Tonnerre (20 km)
Naar Tonnerre gelopen en daar om 12.00 uur aangekomen. De planning was om daar warm te eten en dan nog 15 km te lopen in de richting van Auxerre. Ik ging er niet van uit dat er nog hotelkamers waren in Tonnerre, maar toen ik langs een leuk hotel liep midden in het centrum ben ik daar toch maar even gaan vragen. En jawel, er was nog 1 kamer vrij.

Ineens heb ik een vrije middag. Lekker uitgebreid gedouched, kleding gewassen en getelefoneerd. Vanuit de telefooncel zag ik ineens Willie aankomen met een compagnon die Andre uit Dinant blijkt te zijn.

Ze slapen in hetzelfde hotel. Met een paar biertjes bijgepraat en afgesproken om ' s avonds met z'n 3-en te gaan eten. Daar vertelde ik de twee heren dat het onlogisch was om naar Auxerre te gaan. Dat ligt pal west, terwijl we naar het Zuiden moeten. Ik voelde wel voor het plan om af te snijden en daarmee een dag te winnen. Ik moest wel met hen mee, omdat Andre de kaart had, nodig om goed te kunnen afsnijden. Om 7.00 uur op 1e Paasdag, gaan we op stap. Maar eerst nog 's avonds met elkaar om in de stemming te komen en ter ere van de Heilige Jacobus, Coquilles St. Jacques gegeten.

Zondag 20-4: Tonnerre-Accolay (35 km)
Van Andre hoor ik dat hij op 5 april uit Dinant vertrokken is en dat hij via Nevers en Perigueux naar Santiago wil. Hij is een 61-jarige gepensioneerde, afkomstig uit de verzekeringswereld. Gistermiddag bleken we het goed met elkaar te kunnen vinden vanwege de gezamelijke interesse voor wijn. Er was zaterdagmiddag een wijnproeverij waar we ons alle 3 te goed hebben gedaan aan de prachtigste wijnen en spijzen. (Natuurlijk ook ter compensatie voor het feit dat ik die nacht buiten geslapen had.) Een greep:

Chablis - premier cru
Riesling - grand cru
Mercurey
Champagne
Irancy, een uitstekende wijn uit de Auxerrois, een wat onbekende Bourgogne-streek rond Auxerre. De beide heren waren ook enthousiast zodat ik een fles Irancy voor na het eten kocht. Daar kwam het niet meer van, zodat ik de fles vandaag in de rugzak heb. (Guus, dat komt je bekend voor).

Tijdens de wandeling probeerde Andre met zijn GSM onderdak te regelen, en uiteindelijk vond hij een hotel in Accolay. Het blijkt een heerlijk hotel te zijn waarvan de prijs meevalt (omdat we met z'n 3-en op een kamer gaan slapen). Het hotel blijkt ook een bijzondere keuken te hebben die we alle eer aandoen. De kaastrolley met kazen uit de Bourgogne is het hoogtepunt. Daar hoort een Irancy bij.

Voor het eten hadden we er al eentje op: de door mij 35 km lang meegezeulde fles. In de eetzaal zitten ook twee Nederlandse vrouwen die luid en duidelijk te horen zijn, maar ik spreek ze niet aan. Ik heb mn lesje geleerd.

Maandag 21-4 (2e Paasdag) Accolay-Vezelay (31 km)
De Nederlandse vrouwen zijn deze ochtend niet te vermijden. Ze slapen namelijk naast ons en gebruiken hetzelfde balkon. Het blijken een dochter van 45 jaar te zijn en haar stokoud uitziende, maar zeer levendige moeder. De dochter heeft een paar dagen vrij en neemt haar moeder mee naar de Bourgogne omdat moeder haar kennis van de gevolgde cursus 'Romaanse Kerken' wil toepassen. De dames zijn zeer enthousiast over onze tocht en willen alles weten. De dochter wil volgend jaar ook een stuk lopen. Bij het ontbijt laten ze pas gekochte boeken zien, o.a. over het Santiago-pad. En dochter kookt ook nog een eitje voor ons. Als klap op de vuurpijl worden er zelfs nog 2 foto's genomen met de digitale camera, die naar Bertho worden gemailed.(zie bijlage! bedankt Johanna Nater)

Gisteren heeft Willie van zijn vrouw te horen gekregen dat ze hem te veel mist: hij moet terug naar huis. Voor Andre betekent dit dat hij zonder 'loopmaat' zit. Omdat hij moeite heeft met alleen lopen, vraagt hij of hij me mag vergezellen naar Le Puy. Meteen 'ja' gezegd en dit beklonken met een glaasje sap. Hij wil niet teveel lopen. Dat is voor hem 25, maximaal 30 km. Maar gister liepen we toch mooi 35 km.

Vandaag is een mooie dag om naar Vezelay te gaan: warm weer en een indrukwekkend landschap. Uiteindelijk de burcht in Vezelay in de verte zien liggen. Onwillekeurig denk je aan de pelgrims van vroeger die ineens de veilige haven zien verrijzen. De klim tegen de heuvel op was steil en is een waardige afsluiting van een mooie dag.

Voor 3 euro p.p. kunnen we intrekken bij de nonnen. Even later ontmoeten we Ans, een verpleegkundige uit Hengelo, die daar half maart is vertrokken en via Limoges en Perigueux naar Saint-Jacques de Compostella gaat.

Met zijn vieren het afscheidsdiner met Willie genoten. Het aperatief (kir) kregen we van de zaak. En ook het digestif was voor rekening van de zaak. De volgende dag echt afscheid van hem genomen: het werd hem erg emotioneel, de tranen stonden in zijn ogen. En zo begonnen Andre en ik het volgende avontuur: de tocht van Vezelay naar le Puy waar we 6 mei hopen aan te komen, na meer dan 400 km gelopen te hebben.

Traject Vezelay en Le Brugeron
Dinsdag 22-4: Vezelay - Marigny l'Eglise (31 km)
Voor het eerst samen op stap met Andre. Het gaat prima. En dat is maar goed ook. Hij heeft vannacht slecht geslapen: nerveus vanwege de verandering van het programma. En - hij zei het niet maar - ook vanwege mij. Als het niet gaat, wat moet hij dan, gezien het feit dat hij eigenlijk niet alleen wil lopen. Maar het gaat prima zo. 's Middags in een dorp aangekomen met een 'gite communal' (eenvoudig onderkomen met kookgelegenheid van de gemeente). Voor 6 euro kun je daar overnachten en koken. Dat hebben we gedaan. In de epicerie eten gekocht en witte en rode wijn. Andre maakte van een pak pasta, 10 plakken rauwe ham en een zakje geraspte kaas een fantastische maaltijd, dat lag niet alleen aan zijn kookkunst, maar ook aan de sfeer en de gigantische honger die we iedere dag hebben. Het deed me erg denken aan een keer in de Pyrenee-en waar we na een dag met veel regen in een onbemande hut waren en uit een blik opgewarmde ravioli een godenmaaltijd hadden.

Na zo'n maaltijd kan onze samenwerking niet meer kapot.

Woensdag 23-4 Marigny l'Eglise - Montsauche (24 km)
Omdat we hier zelf voor het ontbijt zorgen, konden we vroeg vertrekken, al voor 7.30 uur. Om 11.15 uur kwamen we in een dorp aan vanwaar we nog 9 kilometer naar het einddoel lopen. Het probleem is dat de eigenaar van dat hotel pas om 17.00 uur zal arriveren.

We hebben van de nood een deugd gemaakt door eerst in het dorp een biertje te gaan drinken en daarna in een restaurant te gaan eten. Dit bleek een fantastische beslissing te zijn. Al snel hadden we door dat het een goed restaurant was: voortdurend in en uit lopen van mensen. En het werd helemaal duidelijk toen we het menu van 14 euro voorgezet kregen. Dit was zo'n maaltijd die je nooit meer vergeet en zeker niet gezien de prijs-kwaliteit verhouding. Voor deliefhebbers: het is L'Auverge en Soleillee in Dien-les-Phares, ongeveer in het midden van de Morvan, 15 km van Montsauche. Een aanrader (reserveringen 0386846276). In het gigantische plateau des Crudite zaten o.a. zelfgemaakte mayonaise en 5 eieren. In verband met het opgelopen cholesterol-tekort (tot vandaag nog slechts 3 eieren gegeten) heb ik er 4 verorberd.

Met dit soort maaltijden 's middags hoef je 's avonds niet zoveel. Een portie slakken, wat kaas en een Marc de Bourgogne zijn genoeg. De Morvan hoort niet echt bij de Boourgogne, maar het Bourgondische gevoel blijft. Ook het idee dat dit vooral een gastronomische bedevaart is, blijft. Voor het eerst in een hotel geslapen zonder TV en dat met de wedstrijd Milan-Ajax. Pas de volgende dag gehoord dat 3 Italiaanse clubs en 1 Spaanse de halve finales hebben gehaald. Het sprookje van een finale Real Madrid-Ajax werd nooit meer dan een sprookje...

Donderdag 24-4 Mont Sauche - Athez (25 km)
Vandaag een rustige dag, half negen vertrokken. Stukjes over de GR gelopen en de rest over rustige wegen. Het weer wil maar niet slechter worden, nog steeds zomers. Weer in een gite communal geslapen en weer zelf eten gemaakt. Hetzelfde recept als dinsdag. De route die we nu lopen wordt door vrij weinig pelgrims gedaan. Drie dagen geleden was hier de laatste, een Nederlandse, geweest. De beheerster vertelde ook dat veel Nederlanders hier een huis kopen en zich vestigen als aannemer, viskweker e.d. Zij is erg enthousiast over hen omdat ze zich makkelijk aanpassen, iets toevoegen en de streek levend houden. Want het is een groot probleem in de Morvan: er is geen werk, de jongeren trekken weg en huizen worden bij bosjes te koop aangeboden. De stad heeft zo steeds minder toekomst, winkels en restaurants sluiten hun deuren. Nederlanders kunnen wel een goeie naam hebben: ze gaan echt niet regelmatig uit eten, zeker niet 's middags. En als ze dat al doen, dan bezoeken ze eerder het 3-sterrenrestaurant in Saulieu waarvan de eigenaar pas zelfmoord heeft gepleegd. Na een slechte waardering in een eetgids (Gault Millau) was hij namelijk bang dat hij zijn derde Michelin-ster kwijt zou raken. Hetgeen niet gebeurde, maar toen was hij al in de hemel.

Vrijdag 25-4 Athez-Laroche Millay (29 km)
Wat in de pelgrim-gids van Lepeze als zwaar en difficile werd aangekondigd, bleek een heerlijke wandeling te zijn, die al voor 15.00 uur gedaan was (wel 7.00 uur vertrokken). Door goed de kaart te bestuderen, konden we bijna 10 km minder lopen dan de GR. De Mont Beuvray overgestoken, een heilige plaats van de Galliers, en rustig afgedaald naar weer zo'n dorpje in de Morvan dat langzaam lijkt af te sterven. In de epicerie was bijna niets te koop, een bar-restaurant is 6 maanden dicht en een ander gaat pas om 18.00 uur open. We dachten eerst dat deze ook definitief dicht was, maar dat viel mee. De uren voor het eten in de gite d'etape doorgebracht. Alweer eentje die uitstekend is en van alle gemakken voorzien. In het gastenboek weinig pelgrims gevonden, alleen een zeker 'Trix' uit Nederland. Ze heeft hier op 10-4 gelogeerd en ging in een sneeuwbui weer op pad. De dagen zijn nu zeer routineus aan het worden. Het avontuur van het begin verandert in een soort van prettige routine waarin weinig of geen verrassingen, ontmoetingen en problemen plaatsvinden. Het gaat zo z'n gangetje, de wandelaars onder jullie zullen weten wat dat inhoudt: douchen,wassen, de kaart bestuderen, wat drinken, eten, vroeg naar bed zodat je minstens 9 uur slaap pakt, en om 6.00 uur weer op.

Zaterdag 26-4 Laroche Millay - Grupy (31 km)
Bij het opstaan bleek de routine doorbroken. Ik hoor een raar geluid, het regent. Dus we hijsen ons in regenkleding en gaan op pad. Om 12.15 uur, met nog 7 km voor de boeg, aangekomen in Issy l'Eveque. Helemaal nat geregend wisten we direct wat te doen: het cafe-restaurant in, een pastis nemen en daarna eten om weer warm te worden. Het is een puur Frans cafe met een wat smoezelige entourage waar een aantal dorpelingen zeer geanimeerd hun pastis drinken. Een sfeer om in te lijsten. Het maakte me duidelijk wat ik zo leuk vind aan deze tocht: de Franse sfeer, de landschappen, de verschillende keukens, de drank die overal anders is. Een volgende keer geen pelgrimstocht naar Rome of Jeruzalem, maar weer een lange voettocht dwars door Frankrijk, van Schengen naar Nice.

Zondag 27-4 Grupy - Diou (32 km)
Gister vergeten te schrijven dat ik de eerste Wielewaal heb gehoord. Vandaag liet hij zich weer horen, evenals de Hop met zijn typische hoep-hoep-hoep geluid. Verder nog een paar wespendieven heel goed kunnen zien. April is een fantastische maand om op stap te gaan als je veel vogels wilt zien en horen. Waar ik nu zit, is nu (19.00 uur) een waar vogelconcert aan de gang, met nachtegalen, veldleeuwerikken, koolmezen en veel lijsters. Het zonnetje is weer teruggekeerd, vandaag een frisse winderige dag gehad, het bleef gelukkig droog. Landschappelijk gezien zijn we vandaag in een compleet andere streek terecht gekomen. Uit de bossen, van een soort hoogvlakte keken we ineens naar beneden, in het dal van de Loire, prachtig. We zitten nu in een boerderij - op een chambre d'hote - heerlijk in de tuin, zo'n 3 km van Diou. Madame heeft vandaag geen warm eten omdat haar kinderen uit Parijs zijn aangekomen. Maar de broodmaaltijd met kaas, wijn en brood werd met smaak genuttigd.

Maandag 28-4 Diou - Montcombroux les Mines (32 km)
Toen ik vannacht een paar keer wakker werd, hoorde ik de hele tijd een Nachtegaal zingen. 's Morgens reed de boerin ons van de boerderij naar het dorp waar we voor 2 dagen boodschappen deden. Daarna ontbeten, we vertrokken daarna om 9. 00 uur. De hele dag de vogels om ons heen, en wat horen we allemaal niet: het koekoek van de Koekoek, het kwetteren van de zwaluw, het koeren van de duiven en het metaalachtig geknutter van de kneu. (Ja, wat K's allemaal, he Yolan Koster, direkteur van Kantel Konsult..)

Na wat orientatie-problemen - de kaart geeft het verkeerde dorp aan, iets dat ik alleen van Spaanse kaarten ken..- komen we aan bij wat staat vermeld in ons boekje als 'La communautee des Gaillards, communautee Hollandaise' in Montcombroux. We dachten dat het een soort religieuze gemeenschap zou zijn, zodat we voor de zekerheid eerst maar een biertje in het naastgelegen cafe nemen (voor het geval alcohol uit den boze is). Maar niets blijkt minder waar. Les Gaillards ('stoere, ondeugende kerels') blijkt een initiatief van 2 mannen uit de homowereld te zijn. Het bestaat al 6 jaar, en in die tijd zijn veel actviteiten ontplooid. Er is de hospice-functie, een aantal terminale (Aids en andere-) patienten hebben hier een aantal laatste weken (soms maanden) doorgebracht. Er worden cursussen gegeven (beeldhouwen, muziek, zang) en er is voor iedereen een aanloopmogelijkheid: vaste gasten, pelgrims (hotelfunctie). Alweer een tip. Als je in de buurt bent, ga er kijken! Montcombreux les Mines ligt in de onderste punt van de driehoek Diou-D'Goin-Montcombreux. Als je met de trein gaat, word je in Moulins afgehaald, telefoon 0470996454

Het was meteen al een leuke ontvangst toen het koude bier op tafel werd gezet. Er zijn ongeveer 15 gasten onder wie enkele vrijwilligers, een paar mensen die een lange tijd blijven en wij die de volgende dag weer om 7.30 uur verder gaan. Het was een prettige mengeling van artistiek en homo-milieu en mensen met een gezondheidszorg achtergrond. Van de beheerders werkte zij vroeger in de terminale thuiszorg, en hij (Joop) was tropenarts in Oeganda, later huisarts en nu gepensioneerd. Het motto van Les Gaillards doet men alle eer aan: 'Sterf niet voordat je dood gaat'. Er was ook een vrouw uit Eindhoven, Titia, die hier vorig jaar als pelgrim langskwam, en nu regelmatig terugkomt. (Ed L, ook Petra Verhees is hier vorig jaar geweest) Titia is vandaag 29 geworden en haar feest wordt uitbundig gevierd, met champagne

Dinsdag 29-4 Montcombroux - Arfeuilles (32 km)
Ondanks zijn korte nacht heeft Gerrit, een van de Gaillards - om 7.00 uur het ontbijt al klaar voor ons. We kunnen nu op een prettige tijd vertrekken. Onderweg komen we een groep Fransen tegen, uit de regio Parijs, ze lopen naar Le Puy en Velay. Een ervaren Santiago-ganger leidt de groep. De groep wordt goed verzorgd. Er is bagage-vervoer en 's middags voorziet een volgauto hen van een rijke, jaloers makende lunch met veel mineraalwater, wijn, broden en grote stukken kaas. Dat is toch weer anders lopen dan met een bepakking van 16, 17 km en je proviand in een rugzak...

's Avonds in Arfeuilles komt Jean Luc uit Brussel aan. Hij is 23 mrt uit Luik vertrokken maar onderweg een paar dagen ziek geweest. We eten met z'n 3-en in het restaurant van het dorp waar ook de groep Parijzenaars eet en een Nederlands stel dat bij binnenkomst zeer hoorbaar NL spreekt. Ik groet hen vriendelijk waarna hetzelfde 'oestergedrag' optreedt dat ik al eerder tegenkwam. Ze dempen hun stemmen en bemoeien zich nergens mee terwijl er toch veel interessants is te vernemen, denk ik zo. Desondanks werd het weer een zeer geanimeerde avond.

Woensdag 30-4 Arfeuilles - Lavoine (33 km)
Jean Luc loopt vandaag met ons mee. De 39-jarige sprint de heuvels op en is ijzersterk. Als het om klimmen gaat is hij een Johan Museeuw, een echte krachtklimmer voor korte bergen. Hij mist de souplesse van een Lucien van Impe. Hij moet ook niets hebben van het echte hooggebergte. In de Pyreneeen had ie het na een paar dagen wel gezien. Al snel valt de regen in bakken op ons neer, en dat zal niet meer veranderen deze middag. Netto resultaat: nat, nat, nat.

Bij aankomst in het besproken Ski-Chalet blijkt er een vergissing te zijn gemaakt. Het gehele chalet is verhuurd aan een groep feestgangers, foutje van vrouw van de beheerder. Hij put zich uit in verontschuldigingen en heeft klapbedden neergezet in de opslagruimte. De verwarming staat aan, maar aangenaam ziet het er niet uit. Toch valt het mee. Alleen is het lawaai van de feestvierders oorverdovend. Zelfs ver buiten het feestterrein. Toch heb ik volgens de anderen prima geslapen. Om 8.15 uur pas gaat de wekker, we hebben maar een korte wandeling voor de boeg. Uit wraak voor de nachtelijke herrie zet Jean Luc een enorme keel op en begint luidruchtig tegen ons te praten. Netto resultaat: onze buren zijn uit hun slaap gerukt en lopen wat verdwaasd rond.

Donderdag 1-5 Lavoine - Chabreloche (17 km)
Eerst een paar kilometer bergop en dan snel afdalen in het dorp, waar we alles kunnen krijgen en zelfs sinds lange tijd weer een geldautomaat te vinden is. Om 13.00 uur komen we aan in ons hotel, waar we grote gezelschappen zien eten. Het is 1 mei, dus een vrije dag in Frankrijk. Een groep motorcrossers en een voetbalteam doen zich tegoed aan grote hoeveelheden eten. Wij sluiten ons bij hen aan en hebben verder een rustige dag. Bijna een rustdag. In het begin van de avond arriveert de broer van Jean Luc met zijn vrouw. Zij gaan op bezoek bij haar moeder die in Vichy woont. De broer vertelt me nog eens over de dramatische nederlaag van Ajax: lullige doelpunten tegen en onverdiend, terwijl Ajax de show stal met subliem combinatiespel. En dit vertelt een partijdige Belg!

Vrijdag 2-5 Chavreloche - Le Brugeron (32 km)
Bij het verslag van dinsdag 30-4 ben ik nog vergeten wat statistieken door te geven. Ik was toen 31 dagen onderweg waarvan 30 dagen gelopen, 906 km afgelegd hetgeen betekent een gemiddelde van 30 km per dag. Morgen doorbreek ik de 1000 km grens. Vandaag lopen we weer met z'n 2-en. Het gaat snel bergopwaarts. Boven worden we beloond met een prachtig uitzicht over de bergen van de Auvergne. We zien in de verte een berg met wat sneeuw erop. Dat moet Puy de Sanly zijn. Het is een mooie wandeling, wel fris en veel wind.

Vandaag eindelijk de gelegenheid gehad om de Oranjebloesem van Wendy te zaaien (zaad zat in het groene boekje geplakt.) Op 30 april lukt het niet vanwege de hevige regenval.

Net voor Le Brugeron komen we bij een kruispunt met de 2 hotels van het dorp. Madame van de Bar-tabac staat al klaar om ons over te halen daar te slapen, we volgen haar. Ze biedt direct een mooie prijs voor demi-pension. Later gaat ook al onze was nog in de wasmachine en droger. We hebben weer echt schone kleren!Het is nog een paar dagen, voordat we op 6 mei in Le Puy zullen arriveren. Dat wordt toch een echte mijlpaal. Ik zie ernaar uit om weer eens in een stad te lopen, wat te kopen en te internetten.

Traject Le Brugeron en Conques...

 

Zaterdag 3 mei: Le Brugeron - Ambert (27 km)

Weer redelijk vroeg op pad (8.00 uur), we lopen de 27 km's over asfalt - zonder auto's - in 6 uur. Voor 15.00 uur zijn we in Ambert, bekend van de blauwe kaas Fourme d'Ambert die we 's avonds avec plaisir nuttigen en die we in de supermarkt stevig inslaan. Vandaag is ook de laatste nog ontbrekende vogelsoort gearriveerd: de gierzwaluw. Die heeft het wel drukker dan wij - we lummelen wat rond in het stadje, genieten van de zon en nemen een kijkje in de kerk.

Zondag 4 mei: Ambert - Craponnes sur Azon (32 km)
Vanwege de te verwachten hitte al om 7.oo uur op pad gegaan. De hitte viel erg mee, zeker geen 29 graden zoals voorspeld. Vanwege de harde wind op de heuvels eerder 22 graden. In een dorp aangekomen waar een bar zou zijn, geen bar te zien. Alleen een huis met verweerde letters 'cafe'. Lijkt al 40 jaar dicht. Maar volgens de dorpelingen is het echt een bar. Ze bellen de eigenaresse en die arriveert snel, een stokoude mevrouw die haastig aan komt lopen. Even na 15.00 uur zijn we in Craponnes, in het parochiehuis is een zaaltje voor pelgrims. Helaas de pastoor was elders in een andere parochie, dus maar naar een hotel gegaan. De kamers liggen recht boven het cafe, geen pretje in een weekend. Uiteindelijk kiezen we voor een ander hotel dat geen kamers heeft maar bungalows. Vrij prijzig, 36 euro pp, maar erg comfortabel: een eigen kamer, een haardroger (voor de was), en een heuse veranda. Vanzelfsprekend goed geslapen, alleen zijn we zo stom de wekker op 6.00 uur te zetten. Was niet nodig, zo bleek de volgende dag.

Maandag 5 mei: Craponnes - Vorey (22 km)We stonden zelf versteld van onze prestatie. Even over 11.30 uur hadden we al 22 km gelopen en zijn we op de plaats van bestemming. Op het gemeentehuis konden we de sleutel halen van de gite d'etape die op dit uur nog dicht was. De gite staat achter het gemeentehuis, midden in het dorp met alle voorzieningen in de buurt. 'S Middags goed inkopen kunnen doen; pasta met ham, maar nu ook sla en yoghurt met aardbeien toe. Het was gewoon eikebladsla met komkommer, tomaat, gekookte eieren en mayo, maar het was een feest. Voor het eerst had ik moeite om alles op te eten. Waarschijnlijk is 22 km inmiddels te weinig voor een gezonde eetlust...

's Middags weer vogelspektakel: eerst vliegt er een paartje rode wouwen over het dorp. Het lijkt Kathmandu wel waar de roofvogels ook boven de daken vliegen. Dan verschijnt er een een boomvalk. Vliegensvlug verzamelen de gierzwaluwen zich en vormen een vliegend leger om de valk te verjagen. Dat lukt. Voor de leken: een boomvalk jaagt op kleine vogels.

Dinsdag 6 mei: Vorey - Le Puy (27 km)Vandaag weer een mijlpaal: de pelgrimsstad Le Puy. Het is een spannende dag, anders en emotioneler. We moeten stevig klimmen maar worden beloond met een prachtig uitzicht over de Loire, die we nu na een week zeer afgeslankt weer te zien krijgen. Vogelnieuws: een klapekster die zich op een tak prachtig laat bewonderen. In Le Puy overnachten we in het groot-seminarie naast de kathedraal. Vanuit mn bed kijk ik op een reusachtig Maria-beeld dat over Le Puy heerst.

Je wordt hier bijna bang van de massa pelgrims, middenklasse-mannen van middelbare leeftijd. Bang vanwege de massa en het besef dat de mooie eenzame toch door het Frans niemandsland voorbij is, en bang vanwege de komende concurrentie op overnachtingsplaatsen. Voor de komende drie nachten hebben we maar vast gereserveerd. De sfeer is als die van voor de start van de 4 daagse in Nijmegen of de marathon van NY. Deelnemers bepalen het hele stadsbeeld in hun sportieve kleuren en outfit. Veel vrouwen die niet meelopen, maar aanwezig zijn. Wat opvalt is dat er alleen nog maar ouderen zijn, de jongeren - die we eerder nog wel zagen - lijken verdwenen.

Woensdag 7 mei: Rustdag in Le Puy
Volkskrant lezen, internetten op postkantoor. Het uur dat ik gereserveerd had blijkt te weinig. Ik hoop straks in Bayonne weer verder te kunnen internetten. Ik verwacht ongeveer 1 juni in Saint Jean Pied de Port aan te komen, gelegen aan de grens met Spanje, vlakbij de Atl. Oceaan.

Wat ik daarna zal doen, weet ik nog niet, maar ik ga niet nog 10 dagen in Spanje lopen. Het lijkt me mooier om het Spaanse stuk volgend haar in een keer te doen. Mogelijk ga ik nog steden en kathedralen bezoeken. Je moet immers een beetje in de stemming blijven... In ieder geval ga ik naar Bayonne, Tours (stadswandeling) en Saint-Denis. Bij Tours moet ik denken aan een brochure 2003 van de FFRP de Franse zuster van de LAW die ik uit L'Expres gescheurd had. 'La Balade urbaine est en vogue', stond er. Daar stond ook een opsomming van de stadsgidsen die reeds bestaan: Parijs (heb ik alle 5 al), Strassbourg, Toulouse, Tours, Auxerre, Le Mans, Poitiers en straks ook Marseille. Waarom kan zoiets nou wel hier en niet in Nederland? Hier ligt toch een schone taak voor de Stichting Stadswandelingen???

Ik denk hier regelmatig over (SSW). Dat is het voordeel van deze voetreis. Als ik thuis ben, ga ik een ondernemingsplan (of zoiets) uitdenken, en vervolgens oprichten. De folder van de FFRP sterkt me alleen maar in m'n idee. Overigens ben ik ook erg benieuwd hoe de wandelweek in Berlijn is geweest, helaas moest Niek wegens persoonlijke omstandigheden verstek laten gaan.

Op dit moment passeren weer een tweetal senioren-pelgrims. Blijft intrigerend om mensen die kwa kapsel met bejaardengym mee kunnen doen, zo massaal en met grote stappen op pad te zien, gewapend met een schelp, een klein rugzakje en bagagevervoer. Zou iets voor de SNP zijn om hierop in te spelen. De SSW zal niet verder gaan dan 'een week langs de Santiago-steden van het noorden: Maastricht, Luik, Namen, Aken en wie weet Reims). De stichting intrigeert me ontzettend, ik heb er uitgebreid over kunnen nadenken. Ik ga echt voluit voor de stichting heb ik bedacht, ook financieel gezien. Marie-Jose: je had dit antwoord ws niet verwacht, maar dit is voor mij het meest inspirerende. Het toekomstbeeld om hier wat van te maken vooral door de tijd die ik beschikbaar heb.

Wat ook inspireert is het 1 worden van geest en lichaam.Het klinkt als een cliche in een heilige stad als deze, maar wel waar. Mijn lijf voelt prima, voeten okee, geen blaar gezien, op m'n kuitspieren kun je een hamer kapot slaan, rug en nek worden steeks sterker. Voel me geestelijk uitstekend, het voelt echt als een eenwording. Wandelaars en lopers onder jullie weten het ook: als het lichaam doet wat je wil, gaat het met de geest ook fantastisch.

Voor m'n lichamelijke verzorging heb ik zelfs bijna niets bij me. Alleen zeep, shampoo, tandpasta. Iemand als Andre heeft een grote tas met allemaal pillen, zalfjes, cremes...maar hij heef het niet nodig, ook hij doet het zonder.

Het Franse landschap is de volgende inspiratiebron: de afwisseling van land en mensen, (eet) culturen, bouwkunsten: onvergetelijk. Jeruzalem, Mekka of Rome hoeft echt niet van mij. Wonderlijk genoeg begint Nepal wel weer te trekken. Ook daar adem je de cultuur in, en de vriendelijkheid en interesse van mensen op de route.

Naast de ontmoetingen zijn dit wel de elementen die het lopen zo plezierig maken. Naast natuurlijk het dagelijkse drankje en hapje aan het eind van de wandeling. Het plezier is veel groter dan ik tevoren had verwacht. Ik heb er best een beetje tegen op gezien, en heb vrees gehad voor de eenzaamheid, veel regen, en de moeite om onderdak te vinden. Eigenlijk is het tot nu toe van een leien dakje gegaan, mede dankzij jullie inspirerende mailtjes. Het heeft wel wat om dagen uit te zien naar het komende internetcafe.

Deze reis doet me ook denken aan de liftreis in 1967 naar Istanbul: veel ontmoetingen waarin je elkaar tips en informatie gaf. Reizende jongeren van nu doen dat ongetwijfeld nog steeds zo, in die zin zijn ze vergelijkbaar met de pelgrims.

Wat betreft de pelgrims: ongetwijfeld zitten er 'echte' tussen, maar bij velen vermoed ik een soort 'schuilmotief' met terugwerkende kracht op zoek naar het avontuur dat ze wellicht gemist hebben. Of het avontuur willen herbeleven. Ook het wedstrijd- en opschepelement is duidelijk aanwezig. Tja, dit zijn zo wat vrijblijvende observaties van een niet bewust observerende socioloog...Op het terras in een lekker zonnetje, leg ik de pen weer even neer....

Donderdag 8 mei: Le Puy - Monistrol - d'Allier (28 km)
Na de rustdag het oude ritme weer opgepakt: 6 uur opstaan. Omdat Andre het bijzonder vond in Le Puy de zegen te ontvangen, bezoeken we de mis van 7 uur in de Kathedraal. Daar waren 45 pelgrims voor het l'benedictim. Het viel me mee. De priester vroeg iedereen wat men ging doen. De meesten lopen maar een paar dagen, het is namelijk voor de Fransen een vrij en lang weekend vanwege bevrijdingsdag (8 mei). Een behoorlijk aantal gaat naar Conques (een week lopen). Vandaag lopen we dus in optocht, in processie achter elkaar aan. Ach, na Conques wordt het weer rustiger.

Vlak voorbij Le Puy een leuk intermezzo. Twee meisjes hebben een tafel neerfgezet met gratis koffie en thee voor langskomende pelgrims: een 4 daagse tafereel...

In het lunc-cafe is het nog heel even rustig, binnen een uur strijken er 10 pelgrims neer. Goede handel is het zeker. Onderweg zie je overal reclame-borden en de prijzen liegen er niet om. Veel hoger dan we gewend zijn. Het hotel zit ook vol pelgrims, ook hier worden hele goede zaken gedaan.

Vrijdag 9 mei: Monistrol -Le Sauvage (32 km)
We vertrekken heel vroeg en dat betekent geen anderen in zicht. Een pelgrimsloze dag, een opluchting. Het is te koud om buiten te zitten. Dus een kop thee niet op een terras maar a l'interieur. Om 15.30 uur komen we aan op boerderij/gite d'etape Le Sauvage dat een formidabele reputatie heeft. De ontvangst valt wat tegen. De boerin is heel zenuwachtig en wil ons eerst de gereserveerde kamer niet geven. Uiteindelijk lukt dat toch. Er zijn gewoon teveel mensen. Vandaag 31 en morgen meer dan 40. De ligging van het gite is overweldigend, in een volkomen leeg gebied met een prachtig uitzicht op de omringende heuvels.

We maken kennis met 2 Fransen uit Moulins. Steeds gezelliger, de Pastis vloeit rijkelijk. Andre en ik doen lustig mee. De euro houdt de gemoederen bezig. Volgens ons gezelschap betaalt de Fransman weliswaar in Euro's, hij denkt nog helemaal in francs. En inderdaad, overal zie je de dubbele prijsaanduidingen nog gehandhaaft, zelfs koopjes op reclameborden. Tijdens de voortreffelijke maaltijd zet de gezelligheid zich voort. Onze vrienden nemen een digitale foto die ze naar Bertho zullen mailen.

Zaterdag 10 mei Le Sauvage - Aumont Aubrac (28 km)
Er zijn hier nogal wat gites en hotels in de omgeving (ook die waar ik 3 jr. geleden met Alice was), we lopen daarom al snel in gezelschap. Een luidkeels zingende Fransman trekt de aandacht en we lopen met hem mee. Hij komt lopend uit Nancy en is op weg naar Santiago. Eindelijk, de eerste 'totaalpelgrim'. We maken ook kennis met een Engels echtpaar. Ze zijn in Zuid Afrika geboren en spreken Afrikaans. Ze maken de tocht van Le Puy naar Pamplona. Prettig gezelschap.

Vrij vroeg arriveren we en daar zijn onze vrienden uit Moulins weer. We trakteren elkaar op rondjes Pastis. We hebben een 2 persoonskamer. De maaltijd valt wat tegen. Oud brood, lauwe soep...Er komen nog meer Fransen en de discussie gaat over de pensioenregelingen in Europa. Men is jaloers op Nederland en Belgie. In Frankrijk weten alleen de ambtenaren gunstige regelingen af te dwingen. A.s. dinsdag is er weer een staking door overheidspersoneel.

Zondag 11 mei Aumont - Nasbinals (27 km)
Het wemelt weer van de reclame onderweg, bars, hotels, restaurants soms met complete prijslijsten. Verbazingwekkend. Met een nieuw fenomeen: de snack-caravan. Een Fransman wil een gite bouwen, maar wacht al jaren op zijn vergunning. Ondertussen heeft hij op zn aangekochte land alvast een caravan neergezet, met tafels en stoelen waar hij van alles serveert: koffie, thee, bier, fris, koeken en iets eenvoudigs te eten. Erg goed en niet duur. Daar een Nederlangs echtpaar ontmoet dat in 2 weken van Le Puy naar Conques loopt. Het is hun wandelprimeur en ze genieten ervan.

In het restaurant 's avonds worden we vergezeld door minstens 40 andere pelgrims: een volle bak. Het blijft beangstigend: zo'n massa die allemaal met hun eigen, onvergelijkbare, bijzondere tocht bezig zijn.

Maandag 12 mei: Nasbinals -Espalion (38 km)
Andre's bril is kapot. We lopen daarom langer dan gepland, naar Espalion waar een opticien is. Helaas, gesloten. Bijna alle winkels zijn hier dicht. 's Avonds een gestaag voortkruipende rij mieren, van dichtbij gezien: pelgrims. Het is hier nu heel anders dan 3 jaar geleden in augustus met Alice. Toen vielen de pelgrims niet op tussen de andere toeristen.

Dinsdag 13 mei Espalion - Golinhac (20 km)
We vertrekken pas om 8.00 uur maar toch is het nog rustig onderweg. In Estaing een kop thee gedronken en wat gegeten. Prachtig plaatsje, we doen soms wel iets aan stad- en kerkbezoek maar weinig intensief. Het is niet te combineren met de afstanden die we lopen. We komen dagelijks om ongeveer tussen 3 en 4 op de bestemming aan. Dan tijd om te wassen, schrijven, wandelkaart volgende dag bestuderen en even bij komen. Vandaag was de gite d'etape vol, maar er was een reserve-gite een paar 100 meter verderop. In het dorp zijn bouwvakkers bezig een klein klooster te verbouwen tot auberge en cambres d'hotels om meer mensen te kunnen herbergen. Hier speelt men in op de gestaag aangroeiende toeristenmarkt, een uitzondering. Verder gebeurt er op dat vlak niets. Frankrijk blijft een aanbodgericht land: sluitingstijden hier worden niet aangepast, geen aanbiedingen voor pelgrims, geen bijzondere uitstallingen van assortiment, geen aparte kraampjes. De pelgrims met al hun euro's, ponden en dollars moeten zich maar aanpassen. Het positieve aspect daarvan is dat de prijzen blijven zoals ze zijn, geen woekerprijzen hier.

We slapen op een 4 persoonskamer, samen met een pasgetrouwd stel uit Brussel dat op huwelijksreis (wandelen en liften) is en vanaf Vigea weer teruglift naar Brussel.

Met de mededeling dat ik vandaag een waterspreeuw gezien heb, sluit ik af

Woensdag 14 mei: Golinhac - Conques (22 km)
Mijn verhaal over het aanbodgerichte land werd vandaag gelogenstraft. Om 10.30 uur kwamen we in een dorp waar de meeste pelgrims tussen 11.30 uur en 12.30 uur passeren. Het restaurant zag daar brood in en bereidt vanaf 11.15 uur een speciaal pelgrimsmenu met een koud voorgerecht en een warm hoofdgerecht!

Even na 13.00 uur komen we in Conques. De aankomst is niet zo indrukwekkend als in andere grote pelgrimsplaatsen. Na de afdaling merk je pas op het laatste moment het dorp en de kerk op.

Bij het gite van het klooster zijn al meer mensen maar we zijn snel aan de beurt: een prima 2 persoonskamer die aan alle hotel-eisen voldoet. Alleen het kruisje aan de muur verraad dat we in een klooster zijn. Vandaag voor het eerst gemijmerd over mijn terugkomst. Ik mik nu op zaterdagmorgen 14 juni.

Traject Conques en Moissac!
Donderdag 15 mei: Conquest - Le Communal (33 km)
Het is een heerlijk wandeldag met zomers weer. Onderweg een prachtig uitzichtspunt over de zuidelijke vulkanen van de Auvergne, o.a. de Puy de Mary. Het is een machtig gevoel te zien hoe we daar in geen 2 weken tijd helemaal omheen zijn gelopen. Toen hadden we het uitzicht vanuit het N-Oosten, nu het Z-Westen.

De gite is niet veel soeps. De vrouw in het gezelschap (Fransen) maakt een heerlijke maaltijd van pasta, tomatenpuree en gebakken eieren. Ik neem er nog wat blokjes smeerkaas bij. (De koe die lacht). 'Ca ne melange pas', zegt men, maar het smaakte me prima.

De boer komt erbij zitten en we praten over de lage melkprijzen. Hij krijgt 1,80 FF per liter. Francs ja. Men verklaart dat een hele generatie net heeft moeten wennen aan de nieuwe francs, en dat de Euro echt iets is wat ze 'voor hun kiezen' krijgen. En de prijsstijgingen maken de euro ook niet populair, voor de horeca, 'o lala'

Tegen zonsondergang nog even buiten gezeten. Alleen daarvoor doe je het al: de weidsheid van het landschap, de frisse lucht, het langzaam wegsterven van het vogelgezang.

Vrijdag 16 mei: Le Communal - La ferme de la Planquette (25 km)
De boerderij Le communal is niet zo ver van Figeac, in deze streek een tamelijk grote stad. Voor het eerst twee pelgrims met een ezel gezien. In Figeac probeer ik sokken te kopen, maar bij de sportwinkel zegt de buitenstaande verkoper al direcht dat de sokken op zijn. Het is blijkbaar een gebruikelijke sokkenwinkel voor pelgrims. Achteraf stom, ik hoefde helemaal geen wandelsokken, maar gewone sokken. En die hadden ze vast nog wel. M'n wandelsokken zijn nog intact, dat is het voordeel van 2 paar sokken dragen.

Andre heeft afgesproken met een paar Belgische vrienden in Figeac, ze zijn op de terugtocht. Ik loop een paar uur alleen, naar de gite 11 km voorbij Figeac. Daar ontmoette ik een Engelsman, begin mei in Le Puy vertrokken. Achter in de 50, zijn eerste grote wandeling. Op onmiskenbaar Engelse wijze slaat hij eerst een wijntje af om daarna flink mee te drinken. Hij heeft zich onderweg al enkele malen afgevraagd 'waarom hij het allemaal doet'. En vraag die ik me nog steeds niet gesteld heb.

Zaterdag 17 mei: La ferme de la Planquette- Marcilhac (30 km)
Na 15 km ontmoet ik Andre weer. Samen lopen we door de voor mij onbekende vallei van de Cele (tussen Figeac en Cahors). Voor 14.00 uur komen we in Marcilhac aan, een mooi historissch plaatsje. De gite staat naast de abdij en is ook een prachtig oud pand. De sleutel is bij de epicerie die tot 15.00 uur dicht is, maar de vrouw van het cafe-restaurant weet te vertellen dat de sleutel onder de geranium-pot ligt.

Heerlijk toeven hier, met een glaasje Cahors aan de oever van de Cele terwijl de was naar shampoo ruikt.

Het beoogde restaurant maakt vooraf geen indruk. We moeten zelfs door de keuken naar binnen, er is geen menukaart. Maar daar wachtte ons weer een zeldzaam goede maaltijd, fantastich in zijn eenvoud. Vooral een grote homp pate en een stapel verse asperges, als nagerecht een grote schaal verse aardbeien. Zo'n restaurant maakt Frankrijk onovertroffen.

Zondag 18 mei: Marcilhac - St. Cirq-Lapopie (25 km)
Stralend weer en een rustige wandeling naar St.Cirq, gelegen aan de Cele. Het dal, dat we tot Lot helemaal aflopen, is weer net zo mooi als gister: grote rotspartijen, bossages, pittoreske dorpjes, voortkabbelend riviertje. Ook de gite is een juweeltje. Onderdeel van een gemeentelijk complex waarin ook een museum is. We slapen in een goed geoutilleerde kamer met eigem douche en wc, en dat voor 10 euro.

Het dorpje is ook schitterend. De huizen en straatjes gelegen op een rotspartij boven de Lot vormen een prachtig ensemble. Specialiteiten van de streek en souvenirs zijn volop te koop, maar een bakker en kruidenier zijn er niet. Gelukkig hadden we proviand in voorraad zodat we niet noodgedwongen een blok eendenlever-pate bij ons brood hoeven te kopen.

Maandag 19 mei: St. Cirq - Cahors (27 km)
De weg was vandaag saai. De hele ochtend asfalt. We deden een stevige afsnijding maar worden zwaar gestraft met de geringe amusementswaarde. Als we ' smiddags langs de Lot lopen, is het beter. Andre kent Cahors en had al gezegd dat het vreselijk oninteressant is, ondanks een brug, kathedraal en oude wijk. Het marktplein wordt zelfs gebruikt als parkeerplaats.

Voor het eerst sinds Figeac weer pelgrims ontmoet. We lopen een variant, korter en mooier dan de officiele route, die weinig wordt gelopen.Vandaar de pelgrimschaarse dagen.

Dinsdag 20 mei: Cahors - Montcuq (33 km)
We lopen over de hoofdroute zodat we nu en dan weer pelgrims ontmoeten. Onder andere twee snelle lopers die we al voor Conques ontmoetten en daarna zijn kwijtgeraakt. Door onze kortere route komen we ze hier weer tegen. Van een Belg, Jean Luc, die we ook al eerder zagen krijgen we per mobiele telefoon de dringende tip te gaan logeren in de splinternieuwe gite van Montcuq. Inderdaad een echte aanrader. 3 maanden geleden nog een ruïne, vertelde een bouwvakster (er wordt nog hard aan gewerkt) met zichtbare trots. Er is bijna aan alles gedacht: een gehandicaptentoilet, waterkan met zakjes thee, een wasrek met veel knijpers en een heerlijke bank. Wat betreft de gehandicapten: de slaapkamers zijn alleen per trap bereikbaar, en bij de gite zelf kun je alleen komen via een korte steile heuvel waarop je strobalen zou moeten neerleggen om een rolstoel tegen te houden...

In het dagboek had Astrid vandaag een vogelpagina gemaakt waarop ik vreemde vogels kon noteren. Voor de liefhebbers: rode en zwarte wouwen, wespendieven, boomvalken, kwartels, enorm veel putters, een wielewaal (voor het eerst van m'n leven gezien!), waterspreeuw, klapeksters (heel dichtbij), grauwe ...(?) en niet te vergeten de hop. Eigenlijk ontbreekt alleen de ijsvogel nog. Daarvan ben ik niet zeker of ie het was (zag een blauwe schicht). De tijd van de vale gier moet nog komen: in de Pyrenee-en bij mooi weer.

In de gite weinig reserveringsmensen, daarvoor ie is nog te nieuw. Echte pelgrims met bestemming Santiago reserveren nauwelijks, hooguit de avond tevoren. Men laat het meer van de omstandigheden afhangen hoeveel er gelopen wordt. In de gite daarom alleen maar stevige stappers die meestal alleen lopen, veel jonger zijn dan gemiddeld en hun eigen potje koken. Het ademt een 'berghutsfeer' uit, erg prettig.

Woensdag 21 mei: Montcurq - Moissac (41 km)
Voor het eerst een druilerig Nederlands voorjaarsweertje waarbij je niet weet wat je aan moet trekken. Soms regen, dan weer zon, soms opeens koud. Het traject is bovendien monotoon: asfalt en soms zelfs een drukke weg, dwars door het tuinbouwgebied van Querry. Een dag om snel te vergeten, op 1 mooie gebeurtenis na. Een wat oudere vrouw in een auto hield in, stopte me zoveel aardbeien in mijn beide handen als ze kwijt kon, en wenste me ondertussen 'bonne route'...

's Avonds had ik sinds lang weer eens 'stijve 4 daagse benen' . 41 km is niet niks en de kilometers waren niet vlak ook als in het noorden. Maar geen probleem, we gaan verder op naar de Spaanse grens bij Saint Jean Pied de Port....

Traject Moissal - Arzacq
Donderdag 22 mei: Moissal - St. Antoine (26 km)
Gisteren meer dan 40 km gelopen, waardoor we niet meer toe kwamen aan bezoek aan het stadje. Daar hebben we deze ochtend voor uitgetrokken. We hadden een etappe van 18 km gepland, maar het loopt anders. In het dorp 18 km verderop blijkt alles vol. Dan maar het volgende dorp, dat betekent 26 km lopen. Desondanks pas om 11.00 uur vertrokken. Andre bezocht het klooster en ik ging nog even naar het postkantoor en wat boodschappen doen.

Vandaag voor het eerst met nwe sokken gelopen. Ik heb nu 4 paar versleten. Van de 2 paar bovensokken is het pas gekochte moderne paar nu ook bijna op. De ouderwetse sokken ik al jaren heb, geven daarentegen geen krimp. Geen moderne fratsen meer aan mijn voeten.

Meteen na vertrek zien we langs de Tarn iets moois voorbij zien vliegen: een IJSVOGEL. Hij vliegt dichtbij zodat we hem goed kunnen bewonderen. Vorige brief schreef ik nog dat we de ijsvogel nog misten, en ja hoor daar is ie. Eindelijk goed kunnen zien.

Vlakbij bij St. Antoin zien we een echt 4-daagse tafereel: een grote groep wandelaars zit bij een bevoorradingswagen en juicht alle 'binnenkomende' wandelaars harstochtelijk toe. We kijken met gemengde gevoelens: zulke groepen nemen wel erg veel slaap-plekken in..:(.

De gite waar we aankomen zit ook stampvol 'weekjesmensen', groepjes die samenklitten en dat zorgt voor een heel andere sfeer. Niet geweldig. Ze zitten ons ook echt te bekijken als wij maar doorgaan met eten, en zij allang klaar zijn.

Vrijdag 23 mei: St. Antoin - Lectoure (25 km)
Vrij snel na de start een bijzonder moment: opeens heb ik uitzicht op de Pyrenee-en die ik sinds 1980 bijna ieder jaar heb bezocht. En wat heel bijzonder is, ze zijn veel besneeuwder dan ik gewend ben. Maar het is dan ook pas mei. (Met deze hitte smelt het ws snel weg) Het blijken de Balaitous en de Vignemale te zijn, heel prominent in beeld.

In een supermarkt vraagt een vrouw geinteresseerd door. Als ik zeg dat ik uit Maastricht vertrokken ben (wie kent Cadier en Keer), begint ze ineens NL te spreken. Het is een biologische boerin die zich hier met man 20 jr. geleden gevestigd heeft en nu een bloeiend bedrijf heeft. En, heel grappig, ze spreekt Frans met het accent van het Zuid-Westen.

Op een mooie lunch-plek zitten 2 Fransen uitgebreid te schranzen: er staat een lege wijnfles, mineraalwater en grote stukken kaas en pate. Hoe krijgen ze dat allemaal mee gesjouwd? Dan blijkt een van de 2 een soort persoonlijk verzorger van de ander te zijn. Hij loopt stukjes mee, maar gaat dan weer terug naar de auto, die had hij nu naar de lunchplek gereden...Dat is nog eens pelgrimeren.

In het gastenboek zie ik een bekende naam: Willem de Haan, die ook hier onderweg is. Ik ken een Willem de Haan, maar weet niet of het dezelfde is. We zullen zien wellicht. Lectoure is een juweel van een plaatsje. Ik kende de streek (Gascognes) helemaal niet, maar ik sta versteld van de pracht van de stadjes en uitzichten.

Zaterdag 24 mei: Lectoure - Condom (26 km)
Vandaag is het andere koek: miezerig, regenachtig, de vierde regendag in totaal. Tijdens de lunch ontmoeten we een groep schoolkinderen en raken in gesprek. Als ze horen dat we vanuit Belgie en NL al 7, resp 8 weken onderweg zijn, volgt er zelfs een spontaan applausje. Het is een soort catechesatie-clubje, later zien we heb repeteren in de kathedraal. Ze treden tijdens moederdag op in de mis.

We bezoeken Condom, maar er is niet veel te beleven. C'est pas terrible. Van 3 Fransen die van Condom naar St Jean Pied de Port gaan lopen horen we dat ze de nachten al voor kersmis geboekt hadden. Voor ons reden om de volgende dag ook alles maar vast te bespreken.

Zondag 25 mei: Condom - Escoubet (27 km)
Ontbijten kan pas om 8.00 uur. Dat is te laat voor vroeg startende pelgrims. Maar niet getreurd, de eigenaresse heeft voor pelgrims een 'service' ingesteld: we eten in de slecht verlichte gang waar een brandertje is neergezet om theewater te koken. Er ligt ook stokbrood en jam: een naargeestig ontbijtje.

Door een bijna autoloos weggetje te nemen, korten we weer vele kilometers in. Teruggekomen op de GR zien we 2 grote bevoorradingswagens die 2 groepen van 15 mensen bedienen. Andre noemt ze nep-pelgrims die de mooie plekken inpikken en slaapruimte wegroven. Tja, is ook zo. Tegelijk is het fascinerend. Een groot lint aan wandelaars van Le Puy tot aan Santiago, door niemand geregisseerd terwijl het daar alle schijn van heeft. Een 60-daagse die eeuwig voortduurt, het hele jaar door. Die stroom houdt nooit op. Niemand kent cijfers van lopers en het 'uitvalpercentage'. We horen mensen regelmatig over knie-problemen, maag/darmstoornissen enzovoort. Vrijetijdwetenschappers, sociologen, sociaal-psychologen, het wordt tijd dat dit tijdsverschijnsel in beeld gebracht wordt. Een ding dat zeker is, is dat in deze tijd van het jaar het percentage Fransen onder de wandelaars minstens 95% is. Het lijkt gewoonte hier om in mei, met veel vrije dagen, een gedeelte van de route te lopen. Het is idd ook de beste maand om te lopen.

Wat ook opvalt is dat de lopers voor 100% wit zijn. Geen Senegalees, Vietnamees, Algerijn of wie dan ook uit een Franse kolonie gezien.

En wat betreft de leeftijden: een enkeling onder de 40 (die gaan allemaal naar Santiago), verder bijna alles boven de 50, waarvan misschien wel 50% boven de 65.

We lopen nog een paar km over een prachtig in de schaduw gelegen talud van een oude spoorweg, waar we ver kunnen kijken en voor en achter groepen pelgrims ontwaren. We verlaten het talud en nemen intrek in een ruim en duur hotel, gelegen naast een golfbaan, tennisbanen en zwembad. Overigens viel de prijs mee, we betalen net zo veel als gister voor die troosteloze hut. Dat is ook typisch Frans. Voor hetzelfde geld kun je een waardeloos fantasieloos hotel treffen inclusief lekkend sanitair of een hotel zoals nu: alles goed verzorgd, uitzicht op een paartje APPELVINKEN die ik trouwens voor het eerst zie.

We zijn trouwens de enige pelgrims hier. Het imago van het hotel schrikt onze collega's vermoedelijk iets teveel af...;)

Maandag 26-5: Escoubet - Nogaro (26 km)
We vertrokken pas om 11.00 uur na een rustig ontbijt in de veronderstelling maar 20 km te hoeven lopen. Eerst nog de overnachtingen voor de komende dagen geregeld en nog wat sokken gekocht bij Le Clerq. Officieel zijn het sokken 'du travail' maar ze zien er goed uit en zijn veel goekoper dan de zgn supersokken uit de sportwinkel.

Kort daarna ontdek ik dat er een ergerlijke fout in mijn gidsje stond: een bepaald onderdeel van de etappe is geen 2 maar 8 km. Maar op een of andere manier raken we het idee van een 'dagje rustig aan' niet meer kwijt. We houden een lange pauze met de 3 Fransen die we in Condom hebben ontmoet en die al uitgebreid aan de maaltijd en de wijn zijn en met 'nieuwe' Fransen die vanaf Le Puy 3 weken onderweg zijn, in een groep van 7 zijn begonnen en nu nog met z'n 2-en over zijn. De rest is afgevallen. Zij lopen tot Roncevaux (net over de grens in Spanje). Dit blijkt voor veel mensen een voorlopig eindpunt te zijn. Ook voor de twee Nederlanders die ik vandaag ontmoet, de eerste sinds 11 mei. Het zijn vermoedelijk de 2 die ik eerder in het gastenboek signaleerde. Ze lijken niet op mijn Willem de Haan, maar ik ben vergeten het gastenboek af te checken.

Dinsdag 27-5: Nogaro - Aire sur L'Adour (23 km)
Gisteren vond ik in het vriendenboek, de 5e tip van Ed L.

'Een echte pelgrim ontbeert, Gerard zorgt ervoor dat het hem aan niets mankeert'.

Dit is misschien geen echte tip maar wel kenmerkend voor de hele tocht. We vinden 2 dingen heel belangrijk, concludeerden we vandaag: jezelf goed (zorg dat het je aan niets mankeert) en zoveel mogelijk afsnijden.

Dat laatste doen we vandaag weer met groot genoegen. In plaats van de aangekondigde 30 km komen we daarom uit op 23. Het levert ons geen dag tijdwinst op, maar wel een rustige dag. We vertrokken om 8 uur en kwamen nu om 14 uur binnen in Aire, in het departement les Landes. De plaats ligt aan een grote Rue nationale die Zaragoza en Navarra verbindt met Bordeaux. Sinds de opening dit jaar van de omstreden Somport-tunnel is het voor Spanjaarden makkelijker geworden om de bergen door te steken. Omdat er verder niets aan de route is veranderd moet het verkeer zich een weg banen door tientallen Franse dorpjes wat me op een zonnig terras het beeld oplevert van het Franse verkeer uit de jaren '60: een grote sliert auto's en vrachtwagens die in colonne door het dorp gaat en onoverzichtelijke taferelen veroorzaken.

Woensdag 28-5: Arzacq
Net in Arzacq aangekomen en nog even tijd om dit verslag af te maken en naar postkantoor te brengen. Het volgende verslag bereikt jullie vanuit NL: zondag 15 juni als ik weer thuis ben. Tot die tijd ben ik bevangen door de tig-daagse koorts en ga daarom nog een tijdje door. Naar Burgos in ieder geval!

Traject Burgos - Santiago de Compostela, 6 april 2004 t/m 22 april 2004
Dinsdag 6 april 2004, Burgos - Hontanas (31 km)
Vandaag is het het begin van het einde. Zoals bekend heb ik vorig jaar tussen eind maart en begin juni een groot deel van de afstand van Nederland naar Santiago de Compostela afgelegd. Ik begon 30 maart 2003 in Valkenburg en kwam op 8 juni in Burgos aan, een afstand van 2100 km. Nu staat het laatste stuk op het programma: van Burgos naar Santiago de Compostela, een kleine 500 km.

Helaas was het gisteren geen prettig begin. Het was een vervelende reisdag waarvan er weliswaar meer voorkomen, maar waar ik wel moeite mee had. Door de uitloop van de vorige vlucht van Basiq air vertrok mijn vliegtuig naar Madrid met 2 ½ uur vertraging. Door het lange wachten op Schiphol vergat ik mijn fleece jack mee het vliegtuig in te nemen. Op het moment dat de vliegtuigdeur sloot, kwam ik erachter. Te laat. Het halen van een slot is belangrijker dan een jasje. Ik heb zelf het idee dat los van het verlies zelf het kwijt raken geen ramp is. Ik hoef niet de vrieskou in van het hooggebergte en per slot is het al april. Waarom had ik het eigenlijk meegenomen? Op Schiphol bleek overigens dat mijn rugzak nauwelijks 11 kilo woog, met eten en proviand zal dat op maximaal 13 kg uitkomen, zeker zonder fleece. Toch wel 3 kilo verschil met vorig jaar

Door de vertraging kon ik niet de trein van 15.00 uur nemen van Madrid naar Burgos, maar die van een paar uur later. Aankomst 22.00 uur in Burgos. Kortom, het was geen vreugdevolle dag, temeer omdat ik nog niet aan het idee kon wennen dat ik alleen moest reizen en wandelen. Ton, vriend en wandelpartner, bleek niet de oude van een paar jaar geleden te zijn en moest om psychische en fysieke redenen afhaken. Voor hem was het een klap, maar ik merkte dat ik er ook veel last van had.

Door de mooie wandeling van vandaag, de voorjaarsgeluiden en -geuren en de fysieke inspanning gleed de ellende van gisteren vandaag langzaam van me af. Vanochtend hoefde ik niet zo vroeg te beginnen. Lekker in het hotelbed, dat Ton nog voor me had gereserveerd, de route doorgenomen en om 9.00 uur gestart. In het begin geen wandelaar gezien, maar ik werd wel erg vaak door Spaanse mountainbikers ingehaald. Dat er veel Spanjaarden op de route zijn, is geen wonder. Het is de semana santa, de week voor Pasen en een belangrijke vakantieweek in Spanje.

Kwam ik vorig jaar iets sneller dan normaal in een ‘ander’ voorjaar, nu gaat het wel erg snel. Het is een vreemde gewaarwording om in een vogelconcert terecht te komen van vogels die pas over weken in Nederland zullen aankomen, zoals de koekoek. Verder vliegen vele soorten leeuweriken om mijn hoofd. Ik ben op de meseta beland, de Castilliaanse hoogvlakte die uitstekend dienst doet als landbouwgrond en zeer aantrekkelijk is voor leeuweriken, waarvan ik alleen de veld- en kuifleeuwerik herken, en gorzen, waartussen volgens de boekjes de grauwe gors zeer aanwezig moet zijn, een soort die in Nederland eigenlijk alleen op de landbouwgronden van Noord-Oost Groningen voorkomt, en die ik -daarom- nog nooit heb gezien.

Op etenstijd, halftwee, kom ik na 20 kilometer in Hornillas del Camino aan, waar ik de eerste wandelpelgrims zie: een Japanner die me bijna bestormt omdat hij Engels kan spreken en me bestookt met vragen, en twee Franse stellen. Er is toch meer op de route dan Spanjaarden. Dat heeft de caféhouder ook ontdekt en heeft zijn menu in vier talen geschreven. Een van de eerste keren dat Spanjaarden commercieel inspringen op de mengelmoes aan nationaliteiten die hier rondloopt. Dat er veel soorten buitenlanders aanwezig zijn, wordt me ’s avonds nog meer duidelijk als ik in de refuge van Hontanas eet met vier Duitsers, een Fransman, een Italiaan en een Amerikaan, die ondanks dat ze elkaar bijna niet begrijpen (de Fransman spreekt alleen maar Frans, de Italiaan alleen Italiaans, de Duitsers slechts Duits) zeer gezellig met elkaar eten.

Iedereen is in Saint Jean-Pied-de-Port of Roncesvalles vertrokken en is op weg naar Santiago. Langzaam komt het pelgrimsgevoel van vorig jaar weer terug.

Woensdag 7 april 2004, Hontanas - Fromista (34 km)
Vanochtend was het vertouwde gevoel met mijn rugzak en uitrusting (waar zit wat?) in geen velden of wegen te bekennen. Het is eigenlijk altijd een probleem na de eerste nacht in een hut: je weet nog niet precies waar je alles hebt opgeborgen en zeker niet als je alles op de tast moet zoeken, omdat je niet meteen de buren wakker wilt maken. Maar dat lukt niet. Het geknisper van mijn plastic zakken blijkt voor mijn Spaanse buurman een hel te zijn. Ontwaakt en verwijtend kijkt hij me aan. Hoe moet ik het hem uitleggen dat dit sinds bijna een jaar mijn eerste pelgrimsnacht in een hut is en dat het weer even wennen is.

Om 8 uur op stap, een uur eerder dan gisteren. Ik blijk een van de laatsten te zijn die op pad gaan. Geen ontbijt genomen maar dat haal ik na 10 km in, samen met twee Spaanse pelgrims. Daarna moet er een steile heuvel beklommen worden, waarbij -tot mijn genoegen- een Engelse mountainbikester een kwartier lopend de heuvel op moet. Door de steile afdaling daarna is ze in een paar minuten uit het zicht verdwenen.

De etensstop is puur Spaans. Een kruidenierswinkel dient ook als bar met terras. Omdat het te koud is om buiten te zitten, eet ik het gekochte op een bankje in de winkel en drink daar een kop thee bij. Iedereen doet alsof het doodnormaal is, en dat zal ook wel. ’s Zomers zal men hier goede zaken doen. Het is hier in ieder geval uiterst relaxt en men gaat vriendelijk om met nauwelijks Spaans sprekende pelgrims als ik. Ondertussen zitten er ook wat (fiets-)pelgrims op het terras. Het zijn Spanjaarden en wat Duitsers. Met de Fransen zijn dit de nationaliteiten die deze week vakantie hebben. Na een volgende tussenstop, waar me verteld wordt van de verrassende uitschakeling van Arsenal en Real Madrid, sta ik ineens voor Fromista. Een prachtig gezicht, niet het stadje zelf -dat is een soort kolonistenplaats met grote graansilo’s- maar het oog valt voor het eerst op de Picos de Europa, naar schatting 150 km noordelijker en nog volledig in de sneeuw. Ook is er een ooievaarsnest op de hoogste graansilo met een prachtig landende ooievaar.

Fromista zelf heeft weinig te bieden behalve een mooi kerkje en een nieuwe refugio, die voor een groot deel bezet wordt door Spaanse en Duitse mountainbikers. Een eenvoudige maaltijd voor 8 euro genomen in een bar-restaurant waar Deportivo A Coruna een hopeloos lijkende achterstand tegen AC Milan aan het wegwerken is en daarin, zo blijkt de volgende morgen, ook nog slaagt.

Donderdag 8 april, Fromista Calzadilla de la Cueza (37 km)
Na een eenvoudig Spaans ontbijt in de hut weer om 8 uur op stap. Er heeft zich nu een aardige rij pelgrims gevormd die ik de hele ochtend in het zicht houd. Het is 1 lange weg, die af en toe wordt onderbroken door een dorpje. Er valt weinig over te zeggen, behalve dat het erg saai is. Ook is het nog erg koud, zodat deze ochtend vreugdeloos voorbijgaat. Gelukkig is er na 20 km een grotere plaats, Carrion de los Condes, die als tussenstop gaat dienen. Het is kwart voor twaalf, te vroeg voor het restaurant dat pas om halftwee opengaat.

Het wordt -zoete- broodjes eten in een cafetaria annex bakker. Het dorp stroomt ondertussen vol met mensen die op de wittedonderdagprocessie afkomen, een van de hoogtepunten in de samana santa. Ik wacht hem niet af en loop de laatste 17 km naar Calzadilla de la Cueza over een weggetje waar je volgens mijn gids nauwelijks verkeer tegenkomt. Maar vandaag is het witte donderdag en spoedt iedereen zich naar de processie.

Was de weg vanmorgen saai, vanmiddag is het nog veel erger: 1 lange streep door de eindeloze, vlakke hoogvlakte. Het is misschien nog een geluk dat het zo koud en winderig is, want onder de felle zon lijkt het hier, zeker in de zomer, nauwelijks te harden. Na de paar km dat de weg verhard is, gaat de onverharde weg een paar uur op deze manier door. Af en toe passeer ik een paar pelgrims, af en toe haalt iemand mij in. Veel gepraat wordt er niet. We hebben nog een geluk, de harde wind waait in de rug, het lijden is afzienbaar. Gelukkig doemt er eindelijk een kerkje op. Het dorp Calzadilla de la Cueza met zijn refugio is in zicht. Er heeft zich al een grote groep in de herberg geïnstalleerd, die vandaag uit Carrion de los Condes is vertrokken. En nu komt de Fromista-groep van een man of tien er nog bij. Even later meldt zich een groep van ongeveer veertig jongeren, afkomstig uit Pamplona en begeleid door een bestelbusje. De laatste bedden op de slaapzaal worden verdeeld en de rest wordt in een noodruimte geplaatst. Ik begin nu wel een goed idee te krijgen van de drukte in de zomer. In het nabijgelegen bar-restaurant is het ook weer overvol. Ik krijg een plaats toegewezen bij vijf Duitsers, van wie twee uit Augsburg. Ik verbaas me er over dat zij, hoewel Augsburg maar 50 km van München ligt, geen Bayerisch spreken. Vriendelijk en niet beledigd leggen zij me uit dat Augsburgers Schwaben zijn. Het is nu de derde keer dat zij een deel van de Santiagoroute lopen. Twee jaar geleden liepen zij van Astorga naar Santiago de Compostela, vorig jaar van Pamplona naar Burgos en nu van Burgos naar Astorga. Zij doen het vanuit een religieuze verdieping met veel bezoek aan kerken.

De pijlsnelle bediening zorgt dat iedereen tussen halfnegen en halftien van eten is voorzien. Iedereen kan weer terug naar de hut en binnen drie kwartier is die in diepe rust.

Vrijdag 9 april, Calzadilla de la Cueza - Sahagun (24 km)
Met een paar mensen verlaat ik de hut en duik om half acht de vrieskou in. De zon moet nog opkomen en het is volle maan, een raar gezicht om halfacht ’s morgens in april. Maar we zitten wel erg westelijk, terwijl Engeland op dezelfde breedte een tijdzone verder ligt. Daar is het dus halfzeven en dat voelt vertrouwder aan. Na 1 ½ uur kom ik bij de eerste bar aan, maar die staat vol met pelgrims, die voor het eerst vandaag wat te drinken en te eten nemen. De bar lijkt er goed op ingespeeld en zal nog wel een paar uur goed lopen voordat iedereen uit de laatste hut is voorzien. In Frankrijk zal de deur genadeloos gesloten blijven tot de gewone openingstijd, In Spanje is men toch wat flexibeler en commerciëler, iets dat me vorig jaar al was opgevallen.

Het is me net te druk, waardoor ik nog een half uurtje doorloop om in een bar van een refuge wat thee te drinken en mijn ontbijt (brood met sardientjes en vruchtenyoghurt) te nuttigen. Onderweg zie ik nog een roofvogel die ik nog nooit heb gezien en die ik niet direct kan thuisbrengen. Aan de vlucht te zien is het een wouw, voor een groot deel witachtig met zwarte vleugeluiteinden. Ik moet het nog uitzoeken, maar het zou een grijze wouw kunnen zijn (hetgeen later ook zo blijkt te zijn). Ik ben trouwens al vele vogels gepasseerd die ik niet ken: gorzen, tapuitachtigen, leeuweriken, onbekende zangvogels. Op vogelgebied is Nederland ver weg. De twee vogels die ik nog hoop te zien, scharrelaar en bijeneter, laten het nog afweten, maar misschien zijn ze nog niet terug uit Afrika.

Bij de aankomst bij de refugio in Sahagun om 12.45 uur blijk ik een van de eersten te zijn. De mensen die gelijk met me vertrokken, zijn doorgelopen, maar ik vind het wel prettig om een middagje niet te lopen, ‘vrij’ te hebben. Zoals iemand vorig jaar opmerkte, heb ik bij het lopen van een afstand van circa 25 km nu meer tijd om te genieten. In werkelijkheid betekent het vroege aankomen dat alles in de laagste versnelling wordt afgewerkt. Maar dat heeft ook wel wat. Langzaam loopt de in een voormalige kerk opgebouwde refuge vol. Spanjaarden en Duitsers blijven de boventoon voeren. Op een gegeven moment wordt het echt heel druk als de groep uit Pamplona aankomt, met zijn allen gaat douchen en later met elkaar warm gaat eten. Het eten dat overblijft wordt aan ons uitgedeeld. Dit zijn toch wel echte ouderwetse jeugdherbergtaferelen.

Even het stadje in geweest, waar het blijkt te sneeuwen. Het is vanwege goede vrijdag zo goed als uitgestorven. Alleen de bars zitten stampvol. ’s Avonds met twee Fransen zitten wachten tot we mochten gaan eten. Het was eerst halfnegen, de aangekondigde openingstijd, maar er gebeurde nog niets. Om tien voor negen hielden de Fransen het voor gezien; twintig seconden later, toen ze net uit het zicht waren, ging de restaurantzaal open. In een mum van tijd zaten er dertig mensen. Door de gebruikelijke hogesnelheidsbediening was ik nog ruim op tijd voordat de refugio om 10.00 uur sloot.

Zaterdag 10 april, Sahagun - Mansilla de las Mulas (37 km)
Het is voor het eerst dat ik meemaak dat we centraal worden gewekt. Om 6.15 uur gaat het apparaat van het warm water aan en de lichten van het sanitair. In vijf minuten is het een gekrioel van jewelste. En om kwart voor zeven stond ik al met een paar mensen buiten, in het donker en in de vrieskou. Al snel waren we met wel twintig mensen aan het lopen. Er was ook geen alternatief. In het dorp twee uur verder was de bar nog niet open, dus moesten we nog bijna 1 ½ uur. Om kwart over tien, na 19 km, kwam ik in het volgende dorp waar de bar weer niet open was. Wel was er een goed voorziene supermarkt en een paar bankjes in de zon, waar een aantal pelgrimspicknicks plaatsvond. Echt warm was het niet, maar door de zon was het wel te doen.

Na de picknick kwam ik in het voorste deel van de Pamplona-groep terecht die, door de aanwezigheid van een volgwagen, geen bagage bij zich had. Het is wel weer een dag met veel Spanjaarden vandaag, maar ik hoorde veel Frans en Duits om me heen. Door het gure weer wordt het in een ruk 18 km doorlopen naar Mansilla de las Mulas waar ik om halfvier arriveer. De hut is al aardig vol met mensen die uit andere plaatsen zijn vertrokken. Je voelt hier meteen de authentieke trekkerssfeer die er ook in berghutten is. Hoe dat komt is een beetje een mysterie. Het komt misschien door het prettige pand en het vriendelijke optreden van de Spaanse gastheer die trots vertelt dat hij nu echt alle nationaliteiten in huis heeft, nu er ook een Nederlander is gearriveerd.

De sfeer is ook zo goed, omdat er een keuken met eet- en praattafel is en een binnenplaats waar je lekker kunt zitten. Kortom, een aangename plek waar ik snel bijkom van deze ultrasnel gelopen etappe. Je moet vroeg vertrekken, maar je krijgt er ook veel voor terug: vele uren relaxen voordat het etenstijd is. Het is een ritme dat me goed bevalt.

Zondag 11 april, Mansilla de las Mulas - Leon (19 km)
De vertrektijd is vandaag wat minder onchristelijk dan gisteren. Ik heb wat tijd genomen voor het ontbijt, banaan en fruityoghurt, en kennis gemaakt met de eerste Nederlandstaligen die ik tegenkom, een Belgisch echtpaar dat al eerder het Spaanse deel van de route heeft gedaan en dit jaar eind maart in Saint Jean-Pied-de-Port is vertrokken. Om acht uur de deur uitgegaan en het weer doodsaaie traject in vier uur gelopen. Soms maken we iets mee van de ellende die pelgrims tien jaar ontmoetten, toen ze nog tientallen kilometers langs de N 120, de weg van Pamplona naar het westen via Burgos en Leon, moesten lopen. Nu moeten we bij het passeren van een dorp een kleine kilometer langs de weg lopen, en dat is al een ramp. Twee dagen geleden kwam ik overigens nog een gedenksteen tegen op een plaats waar een Duitse pelgrim zes jaar geleden is verongelukt. Ik neem aan geschept door een passerende auto.

Nu is het veel beter, er is op een deel een autosnelweg gekomen en er zijn tientallen kilometers half verharde paden langs de N 120 aangelegd. En er is vandaag nog een vervelende situatie voor pelgrims als ze langs een druk kruispunt het verkeer moeten passeren. Maar het zijn incidenten, terwijl het een paar jaar geleden normaal was.

Om halftwaalf is deze vervelende etappe verleden tijd als ik in het centrum van Leon arriveer bij het klooster van de Benedictinessen. De binnenplaats wordt verlevendigd met een kerktoren met drie ooievaarsnesten en een uiterst vriendelijke vrouw, als ze al een non is, is het voor mijn niet zichtbaar, regelt de ontvangst. Met nadruk zegt ze dat de refuge al om halftien dichtgaat, wat geen probleem is omdat ik toch al van plan en ’s middags in de stad te gaan eten.

Vanwege Pasen is het bijzonder feestelijk in Leon en lijkt het een beetje op koninginnedag in Amsterdam toen het nog een dag van en voor Amsterdammers was. Maar dan koninginnedag op zijn Spaans, met overvolle kroegen, heerlijke tapa’s en de eerste uren geen eettafel te krijgen. Daarom eerst naar de kathedraal, indrukwekkend maar toch wat minder dan die van Burgos. Wel een die goed past in het rijtje kathedralen/kerken van de Santiagoroute Reims - Vezelay - Le Puy Conques - Moissac - Pamplona - Burgos. Er is trouwens een mis gaande en het valt op dat hij afgeladen vol is en er buiten het misgedeelte een geanimeerde stemming heerst met zelfs een telefonerende Spanjaard. Daarna met wat moeite om drie uur een maaltijd gekregen, voor nu ook weer de vaste, licht belachelijke prijs van 7,5 euro inclusief een liter wijn. Wat later de slaapzaal van de nonnen opgezocht en heerlijk een paar uur een boek gelezen. Voor het eerst in al die dagen is de refuge niet vol, hooguit de helft van de bedden is bezet. Voor de Spanjaarden is de semana santa afgelopen en dat zal de route wel wat rustiger maken.

Maandag 12 april, Leon - Hospital de Orbigo (35 km)
Dit is een van de laatste etappes waar ik 35 km of meer wil lopen. Ik heb genoeg km gemaakt om op tijd in Santiago te zijn en kan het me permitteren om bij veel regen korte etappes te gaan lopen. Maar zo ver is het nog niet, nog geen spetter regen gehad en ook vandaag is het weer kurkdroog. Door het minder worden van de wind een stralende zon belooft het zelfs een erg mooie dag te worden, hoewel in Leon de thermometer op twee graden staat. Bij het ontbijt blijken weer nieuwe wandelaars te zijn aangeschoven, die net in Leon zijn gearriveerd en het traject Leon - Santiago gaan lopen. Het blijken Slowaken te zijn. Ook de twee Belgen weer aan het ontbijt ontmoet en dan weer klokke acht uur de straat op. Het duurt twee uur voordat de voorstadjes en drukte van Leon voorbij zijn en een groot klaverblad is gepasseerd. Daarna gaat het vele kilometers over een afgescheiden voetpad langs de N 120. Ik had gedacht dat het vrij rustig op die weg zou zijn, maar dit blijkt een misrekening. Ik ben de hele dag veroordeeld om in de herrie van een halve snelweg te lopen. Op een gegeven moment wordt het monotone zelfs een beetje aangenaam. Het geeft een ritme en je kunt uren zo doorgaan. Ik pauzeer alleen even bij een bakker om een blikje Fanta en een donut te nuttigen. En om kwart voor twee bij een bar die ook maaltijden serveert, kom ik het Belgische echtpaar weer tegen. We bespreken uitgebreid onze tocht van dit jaar en wat we al eerder hebben gedaan.

De maaltijd is voor 7,5 euro weer fantastisch met een heerlijk voorgerecht met sla, tomaat, pasta en kaas en daarna prima vis. Het is heel anders eten dan in Frankrijk, het gaat ook veel sneller, maar ook hier is het steeds weer genieten geblazen.

Om halfvijf kom ik aan in Hospital de Orbigo, waar je over een even lange als beroemde brug het dorp binnenkomt. Omdat het autoverkeer over een andere brug gaat, voel ik me zo’n ouderwetse pelgrim die innerlijk diep tevreden aankomt en over de brug schrijdt naar zijn volgende etappeplaats. Alleen de pelgrimsstaf/stok ontbreekt. De herberg is een mooie, serene parochieherberg met weer een vreselijk aardige, oudere man. Het is hier uiterst relaxt, met binnenplaats en ruime zonnige tuin waar de was snel zal drogen.

Nog even verder met het Belgische echtpaar gepraat over de verschillende horecagelegenheden die zij dit jaar en ik vorig jaar hebben aangedaan. Wat blijkt? Een hotel in Puenta la Reina dat het souterrain als refugio beschikbaar stelt en hiervoor met menu van de dag en ontbijt vorig jaar 15 euro vroeg, heeft zijn prijs met 33% verhoogd, en vraagt nu 20 euro. Dit heeft niets met de invoering van de euro te maken, maar is puur een kwestie van vraag en aanbod. Re veel pelgrims en te weinig bedden, dat drijft de prijs omhoog.

Maar in een herberg als deze is dat gelukkig niet het geval. Hier smelten economische wetten weg als sneeuw voor de zon. Dit zijn de pareltjes waar we zuinig op moeten zijn, die iets extra’s geven aan een tocht als deze. Persoonlijke ontvangst scoort hoog plus het prettige gevoel dat je krijgt als aandacht aan inrichting en sanitair is besteed. Het zou wel eens aardig zijn om een top-10 van pelgrimsherbergen te maken en te kijken wat de criteria zijn waarop ze zo hoog scoren. Het zou me niet verbazen als een combinatie van technisch comfort (aanwezigheid van wasmachine, goede keuken, sanitair en internet) en persoonlijke aandacht en vriendelijkheid het hoogste uit de bus komt.

Dinsdag 13 april, Hospital de Orbigo - Rabanal del Camino (37 km)
Hoewel ik het niet van plan was, toch een stevige afstand gelopen, zelfs meer dan gisteren. Soms gaat alles vrij gemakkelijk en lokt het voordeel van aan te komen in een wat grotere plaats, waardoor je zonder moeite 6 km meer wilt lopen. Vanmorgen voor het eerst op deze tocht een Nederlander ontmoet. Hij is in Santiago vertrokken en loopt in omgekeerde richting. Naar zijn huis, niet zo ver van de grens met België. Hij wil snel gaan vertrekken, dus hij is niet in de stemming om me uitgebreid over zijn tocht te gaan vertellen. Ik merk bij mezelf dat ik een bijna onbegrensde behoefte heb om ieders tocht en vooral de lange van minimaal een paar weken, in kaart te brengen. Wat me deze week opvalt is dat er veel mensen zijn, vooral Fransen, die bij de Pyreneeën zijn begonnen en in een ruk doorlopen naar Santiago. Je ziet het ook aan de manier van lopen. Er zitten veel meer goede lopers tussen dan vorig jaar juni toen er veel gesukkeld werd en velen absoluut geen wandelaar mochten worden genoemd. Later op de dag moet ik trouwens hier enigszins op terug komen: ik passeer in hoog tempo minstens 12 lopers die, ondanks dat ze alleen maar een dagrugzakje dragen, nog maar nauwelijks vooruit komen. Door het mooie, warme, zonnige, niet-winderige weer is het voor mij vandaag de mooiste wandeldag. Dit komt ook door de fantastische uitzichten op de besneeuwde Montanes Leones die ik morgen over moet. Het meestal saaie pad is een mooie zilveren streep geworden die in rechte lijn de heuvels over gaat. Op deze dag is het ook erg genieten van de vele ooievaars en ooievaarsnesten die ik tegenkom. Meestal doen de ooievaars niet veel, staan wat op het nest en verschuiven een tak, maar nu zag ik er tien achter een ploegende tractor lopen en happen naar alles dat door het ploegen naar boven kwam. Een prachtig gezicht dat een beetje doet denken aan een alternatieve manier van voeren in een sarfaripark. De beesten waren zo geobsedeerd door de tractor dat het wel in scene leek gezet.

Wat deze dag ook zo prachtig maakt is dat het pad het grootste deel van de dag een echt GR-pad is, we lopen gewoon weer door de natuur, over paden, gaan heuveltjes op en af, een bos in en uit. Ik was bijna vergeten dat dit het echte wandelen is. ’s Middags nog heerlijk gegeten, het was een maaltijd die meer voorstelde dan de andere maaltijden, maar de prijs was er wel naar: 10 euro in plaats van de vaste 7,5 of 8 euro. Daarna om 5 uur in Rabanal del Camino aangekomen, in de refuge die wordt beheerd door de Engelse Confraternity of Saint James. Ik was de laatste zei de in Schotse rok geklede huttenwaard tegen me, maar dat had hij een uur geleden ook al tegen het Belgische echtpaar gezegd, waarna hij over zijn hart streek en nog een kamertje opende. En een paar uur later kwamen er twee Franse vrouwen aan die op een matras op de grond mochten slapen. Vol is niet meteen vol in een Schots-Spaanse refuge.

Woensdag 14 april, Rabanal del Camino - Molinaseca (26 km)
Het is een verademing om in een door Britten beheerde refugio te ontbijten. Bij wijze van uitzondering is er thee en bij wijze van nog grotere uitzondering is de thee gloeiend heet. Om halfacht weer op pad, weer de vrieskou in, maar die duurt steeds korter. Het is een ongelooflijke mooie tocht langs een van de spectaculairste delen van de Santiagoroute, langs het pelgrimskruis Cruz de Ferro, een boomstam van 5 meter hoog met een klein ijzeren kruis er bovenop bevestigd en staand op een enorme hoop stenen. Volgens de overlevering gooien pelgrims hier een steen neer die ze hebben meegebracht van de last die ze met zich mee dragen. Ze kunnen zich hiervan bevrijden door de pelgrimage naar Santiago de Compostela. Daarna is een bijna echte bergwandeltocht met op het eind een nauwelijks merkbare afdaling van 900 meter naar Molinaseca. Daar strijk ik om half twee in de bijna-hitte bij een restaurant neer. Het eten wordt opgevrolijkt door een uitgelaten groep van vier Oostenrijkers die na een degelijke alcoholconsumptie met fluit en mondharmonica aan het musiceren slaat. De bediening van het restaurant vindt het prachtig, maakt foto’s en brengt een extra rondje sterke drank van het huis. Ik word door hen getrakteerd op een sigaartje, het eerste sinds tien dagen.

Iets verder is de refugio, waar het Belgische echtpaar al is gearriveerd. Na de was te hebben gedaan, praat ik in de hete zon en in korte broek met hen nog uitgebreid over van alles en nog wat. Erik is het zoveelste voorbeeld van vroegtijdig gepensioneerden die ik op de tocht tegenkom. Hij is 57, zijn vrouw 56 en ze amuseren zich prima met dit soort tochten.

In de tuin is het heerlijk toeven vanwege het uitzicht op vijf ooievaarsnesten in de tegenover de refugio gelegen hoogspanningsmasten. Zoals altijd lummelen de ooievaars maar wat, ze klepperen soms en er wordt af en toe een tak aangevoerd. Zo bekeken verschilt het leven van een ooievaar maar weinig van een pelgrim in rust. Eens per uur wordt de was gekeerd en gecontroleerd, wat aantekeningen gemaakt en wat geklept met elkaar.

Donderdag 15 april, Molinaseca - Villafranca del Bierzo (32 km)
Het is net licht geworden, als ik om 7.15 uur op straat sta. De lucht is duidelijk zachter geworden, het vriest niet. Misschien komt het ook omdat we iets lager zitten dan gewoonlijk. In een mum van tijd ben ik Ponferrada, waar het kilometers duurt voordat ik door de voorstadjes heen ben. Even een kop thee gedronken met wat zoets en dan urenlang door een oninteressant landschap doorsneden door de grote weg naar La Coruna. En soms is het kilometers langs de oude weg lopen. De boetedoening loopt hier hoog op.

Ik loop het stuk naar Villafranca del Bierzo in één keer, op het eind door de wijnvelden van de Bierzo, een wijngebied waarvan ik nog nooit heb gehoord. Om twee uur kom ik bij de herberg aan, waar het nog vrij rustig is. Ik zet daar mijn spullen neer en ga op zoek naar een restaurant voor de welverdiende maaltijd. Zoals bijna iedere dag neem ik een gemengde salade voor de olijfolie en de vitamines. Verder zogenaamde lamskoteletten die alleen maar in een schaap passen.

Langzaam begint het terras vol te stromen met gearriveerde pelgrims, die allen van een echte voorjaarsdag genieten. Ook echt een dag om bij een fles wijn uit de streek mijn boek uit te lezen, dat ik ’s avonds aan Maria, van het Belgische echtpaar uit Menen (bij Kortrijk) doorgeef. Met hen sluit ik deze prachtige dag in dit leuke dorpje af met een Vlaams kaartspelletje dat enigszins op klaverjassen lijkt. Ik win niet, maar ik kan het aardig bijbenen.

Vrijdag 16 april, Villafranca del Bierzo - O Cebreiro (29 km)
We zijn in de bergen beland en dat is te merken aan het weer: veel bewolking waar af en toe de zon doorbreekt. Er lijken zich ook regenbuien te ontwikkelen, maar tijdens de wandeling blijft het droog. De ANWB-gids stuurt de lopers een alternatieve, pittige route op, omdat bij het uitkomen van de gids al het autoverkeer nog over de N-weg gaat. Met het gereedkomen van de autoweg een paar jaar geleden is al het verkeer verdwenen en loopt het lekker rustig lags de N-weg. Maar erg mooi is het traject niet en in de dorpjes is niets te krijgen, tenzij je wat in een wegrestaurant wilt gebruiken. Dus weer een echte doorloopdag totdat ik in een dorp iets over de helft een leuk café annex kruidenier tegenkom, waar pelgrims heerlijke omeletten aan het eten zijn. Ik bestel er ook een, er wordt er één voor me gebakken, maar het brood blijkt op te zijn. Snel wordt de dochter des huizes er op uit gestuurd en komt er toch nog brood bij mijn redelijk warm gebleven omelet.

Na deze lunch begint het zwaarste deel van mijn tocht dit jaar. Het is een klim van 600 meter, in het bergwandelen niet zo veel, maar omdat ik niet overschakel naar het vereiste bergwandeltempo merk ik het wel. Op het eind van de klim, op de grens met Gallicië, begint het erg op de Pyreneeën te lijken omdat daar bij het oversteken vande Frans-Spaanse het weer ook vaak sterk verandert. In Gallicië trekt het helemaal dicht, er is veel mist en direct als ik in de hut ben gearriveerd begint het onophoudelijk te regenen. De situatie in het dorp is te vergelijken met die van een wintersportplaats in de Pyreneeën, waar ik veel ben geweest c.q. ben gestrand. Je ziet geen hand voor ogen, je wordt drijfnat in de regen en de kachel moet hoog worden opgestookt om het nog een beetje warm te krijgen.

Later op de middag ga ik met een paar mensen uit de hut naar het dichtstbijzijnde café, dat in het troostrijke bezit van een open haard blijkt te zijn. Een van hen blijkt architect uit Madrid te zijn. Hij heeft tweemaal Nederland bezocht vanwege al de belangwekkende architectuur die wij in huis hebben, hoewel hij nog niet in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam is geweest. Hij geeft me veel goede tips voor mijn architectuurwandeling in Madrid die ik na deze tocht, in mei, zal houden. Hij vraagt zich wel af wat de lol ervan is om architectuur in Madrid te gaan bekijken. In Amsterdam is volgens hem op architectuurgebied veel meer te beleven. Daarnaast hij mij aan om de tuinen van Aranjuez en Segovia te bezoeken. En hij heeft nog een nuttige tip, het adres van de beste winkel over architectuur in Madrid.

Zaterdag 17 april, O Cebreiro - Sarria (38 km)
Ik had me gisteravond al voorgenomen om de lengte van de tocht van vandaag te laten afhangen van de weersomstandigheden. Als het regent beperk ik me tot 21 km, als het droog is plak ik er nog 17 km, ook omdat in de rest van de week veel regen is voorspeld. En dan hoef ik in het ergste geval nog maar 110 km in de regen naar Santiago te lopen.

Zoals iedere morgen heb ik alles aangetrokken wat ik bij me heb, maar het valt vandaag mee. Geen regen, geen mist en absoluut geen vrieskou. Het wordt al met al één van de mooiste wandelingen van de tocht naar Santiago, ’s morgens langzaam afdalend van 1250 naar 670 meter met mooie uitzichten op de dalen. ’s Middags is het landschap indrukwekkend: mooie holle wegen die aan Limburg doen denken en een heuvellandschap dat ik veel in Frankrijk heb gezien,maar nog niet eerder in Spanje ben tegengekomen. Zoals bekend verschilt Gallicië sterk van de rest van Spanje: sappige weiden, vruchtbare akkers, grazige weiden, groene bossen, het lijkt wel alsof ik de ANWB-gids citeer. Een plezierig deel van Spanje.

Minder plezierig is de refugio in Sarria als het stadje zelf. In beide zit geen hart. Een ongezellige refuge, een ongezellig plaatsje waar ik leuke bar of restaurant kan vinden. Jammer, maar helaas. Dit hoort er ook bij.

Zondag 18 april, Sarria - Portomarin (21 km)
Omdat het maar een korte wandeling wordt, ben ik voor mijn doen laat vertrokken (8 uur). Het is de eerste dag dat het regent, wat heet het giet. Na ruim een uur neem ik in de eerste de beste bar die ik tegenkom een kop thee en koop een rol met chocoladekoekjes die ik langzaam achter elkaar opeet. Het vinden van een warme plek geeft een knus gevoel en dat blijft als ik weer de regen instap. Het landschap maakt veel goed en ondanks de hevige regen is het een groot plezier om te lopen. Zeker als 1 ½ uur later weer een bar opduikt, vol met pelgrims die zich allen te goed doen aan warme dranken en omeletten. Al met al erg knus, en ik moet in mijn geheugen graven om te weten wanneer ik dit eerder heb meegemaakt. In ieder geval in 2002 op het Katharenpad in Zuid-Frankrijk toen het een dag enorm hoosde toen we onderweg in een schuur een lunch moesten bereiden.

Door de geweldige sfeer in de bars kan de dag niet meer stuk en het wordt nog beter, als het af en toe droog wordt en er zelfs een flauw zonnetje gaat schijnen. Even na enen kom ik in Portomarin aan, een leuk toeristisch plaatsje dat een opmerkelijk verleden heeft. Het oude Portomarin is aan het daar aangelegde stuwmeer prijsgegeven, alleen de belangrijkste gebouwen waaronder een Romaanse kerk zijn opnieuw opgebouwd door ze steen voor steen af te breken en ze weer nauwkeurig na te bouwen. In Portomarin zie ik ook waarom het zo druk is op de route (ik zag regelmatig groepjes van circa tien mensen): allerlei personenwagens staan klaar om de wandelaars die uit Sarria zijn gekomen, op te vangen en af te voeren. Het is blijkbaar een op zondag geliefde wandelroute.

Ook zijn er in Sarria nog nieuwe pelgrims bijgekomen. Dat komt niet zozeer omdat het een geweldig verkeersknooppunt is, maar het is 113 km verwijderd van Santiago de Compostela, ver genoeg om nog in aanmerking te komen voor de officiële oorkonde, de compostela, die je krijgt als je minstens 100 km te voet gaat naar Santiago of 200 km op de fiets.

In de refuge kom ik Eric en Maria weer tegen, waarna we een café bezoeken om twee potjes te kaarten waarvan ik er één zelfs in. Als het donker wordt om kwart voor tien is het meteen tijd om te gaan slapen.

Maandag 19 april, Portomarin - Palas de Rei (24 km)
Gisteravond was de weersverwachting voor Gallicië hopeloos. In bijna heel Spanje verscheen op de weerkaart van de tv een zonnetje, behalve links boven, in het Noord-Westen dus. Het idee dat dit gebied qua klimaat doorsnee-Spanje is, moet iedereen maar snel loslaten. Het lijkt meer op Ierland, we zitten niet voor niets op dezelfde breedte als Ierland. Ook vandaag is het erg: veel regen en kou en het goede humeur van gisteren wil maar niet komen. Vermoedelijk omdat het landschap veel minder is en er lange stukken dichtbij de weg gelopen moeten worden. Zelfs het ontbijt van thee met een broodje omelet kan me niet in een beter humeur brengen. Het is vandaag echt een verplichte dag. Zoals veel mensen weten ben ik een mooiweerwandelaar die opbloeit bij een hittegolf en het moeilijk heeft als het een beetje regent, laat staan als het zo vreselijk is als vandaag. Dit is dus echt afzien en ik kijk al uit naar de finish in Santiago op donderdagmiddag. Er zijn nog 65 km te lopen en voor dinsdag en woensdag is in El Pais van vandaag een regenwolkje met een zonnetje te zien. Gelukkig belooft het wat beter te worden

Dinsdag 20 april, Palais de Rei - Arzua (29 km)
Weer even vroeg op als op andere dagen. Het dreigde een erg regenachtige dag te worden, maar uiteindelijk valt het mee. Het is minder koud dan gisteren en heel soms breekt het zonnetje door. Het was in ieder geval minder erg dan de vorige twee dagen. Omdat er bijna niets anders is te doen dan doorlopen, behalve even wat drinken en eten in een bar en wat kopen in een supermarkt, kom ik vrij vroeg aan, 2 uur, waardoor ik tijd heb om te douchen en in een bar wat te eten.

Ondanks de berichten van Ed die de refugio in Arzua maar matig vindt, ben ik erg tevreden, het sanitair is erg goed. Verder valt het op dat er al zo veel mensen aanwezig zijn. Die kunnen bijna niet meer dan 15 km gelopen hebben. ’s Avonds weer met de Belgische vrienden naar het café geweest en een paar potjes manillen gespeeld (manille is tien in het Vlaams) en de eerste twee doelpunten van Monaco-Chelsea gezien. De rest van de wedstrijd werd niet in het café uitgezonden, omdat de voorbeschouwing van Porto - Deportivo A Coruna belangrijker was om aan te zetten.

Woensdag 21 april, Arzua - Monte de Gozo (34 km)
De zo goed als laatste dag (op de vijf kilometer na van Monte de Gozo naar Santiago) zal me nog lang heugen. Door de regen van de vorige dagen kamp ik ’s morgens met ernstige darmstoornissen. Toch maar op stap gegaan in hevige slagregens die me ondanks de regenkleding toch nat maken. Na een uur de eerste de beste bar binnengevlucht en met twee koppen thee wat warm gedronken. Nog een snack erbij en weer de regen in. Het is bar en boos en de ergste dag uit mijn pelgrimsgeschiedenis. Ik zit er iedere keer aan te denken om halverwege bij een pelgrimsherberg te stoppen, maar ik neem nog geen definitief besluit. Na een paar uur is er weer een bar, waar ik weer thee neem en mezelf wat droog maak. Ik zit nog niet of er komt een lading Spanjaarden binnen, allen tot het bot verkleumd. Als ik weer op pad ga, is er een klein wonder gebeurd, het is zo goed als droog geworden. Het geeft me genoeg moed om door te gaan en ik loop de laatste 18 km, weliswaar op mijn tandvlees, uit. Ik beschouw het als een kleine heldendaad die wel wat toejuichingen van de toeschouwer zou mogen verdienen. Maar iedereen beschouwt het als doodnormaal en keurt mij noch de andere wandelaars een blik waardig.

Uiteindelijk kom ik in een soort kamp dat een aantaljaren geleden bij het bezoek van de paus aan Santiago uit de grond is gestampt om de vele pelgrims te huisvesten. Het is Monte de Gozo, een heuvel met uitzicht op Santiago de Compostela en er vijf kilometer van verwijderd. De herberg in het kamp dat nog het meest op een sportcentrum als Papendal lijkt, is goed. Er zijn allemaal achtpersoonszaaltjes en de verwarming kan voluit. Na een warme douche en de was is het leed voor een groot deel geleden. Maar bij het eten, in een afschuwelijk self-servicerestaurant, blijken mijn ingewanden nog niet in orde. Het grootste deel van de maaltijd belandt in de wc en ik moet het uiteindelijk doen met een kiwi en een banaan. In het café wordt er nog wel gekaart. Ik win de laatste twee potjes manillen en Eric en Maria zullen in hun manillenkring doorvertellen dat een Nederlander het grootste aantal potjes heeft gewonnen.

Donderdag 22 april, Monte de Gozo - Santiago de Compostela (5 km)
De slechte conditie is er vanmorgen ook nog, maar vijf km is wel te doen. Ik ga naar zowel het bus- als naar het treinstation om te informeren naar de verbinding naar Zamora, een tussenstop op weg naar Madrid, waar ik over een week heb afgesproken. Vanmiddag om kwart voor twee gaat er een trein en ik besluit om slechts een paar uur in Santiago te blijven. De drukte in Santiago en mijn gesteldheid breken me op. Maar ik heb nog wel genoeg tijd om de kathedraal van buiten te bekijken en de mis van 12 uur te bezoeken.

De kathedraal is indrukwekkend genoeg om mijn voetreis van 2600 km te rechtvaardigen. In Michelintermen: drie sterren, oftewel de reis waard. Voor de mis valt me dezelfde houding ten deel die ik ondervond toen ik in Den Haag na afloop van de KonMarathon met de tram naar het station wilde. Niemand van de toeschouwers wilde toen voor mij opstaan. En als pelgrim overkwam me in eerste instantie hetzelfde: je moest als pelgrim met rugzak maar gewoon blijven staan, ook al had je een grote fysieke prestatie geleverd en ook al is staan voor een wandelaar heel vervelend, maar dat weet men meestal niet. Gelukkig wees iemand me nog op een vrije plek waardoor ik het afsluitende ritueel dat in een volle kathedraal plaatsvond, zittend kon afsluiten.

Voor het eerst vind ik het jammer dat ik mijn tocht niet in één keer heb gedaan Het zou een zeer triomfantelijk hebben gegeven als ik na 2600 km eindelijk het einddoel bereikt had. Nu is het gevoel wat minder, ook de erbarmelijke omstandigheden van de vorige dagen, maar een groot gevoel van tevredenheid, of is het geluk?, neemt beslag van me.

Wat de volgende grote tocht zal zijn, weet ik niet. Op het programma staat een tocht met Ed van Noord-Oost Schotland naar Zuid-West Engeland, een tocht van Amsterdam via de kust naar West-Frankrijk en dan door het binnenland naar Nice, en misschien ga ik nog eens op en neer naar Santiago. Maar nu lonken Zamora, Salamanca en Madrid.

En als ik terug in Nederland ben, staan weer veel stadswandelactiviteiten op het programma. Als dit zich wat meer heeft uitgekristalliseerd, zal ik jullie, en vooral de mensen die ik niet iedere dag spreek, e-mailen over deze activiteiten. Dit belooft erg leuk te worden.

 

Tot slot wil ik jullie bedanken voor het enthousiaste reageren op de verslagen van vorig jaar. Ik geloof niet, dat er al iemand uit de lezerkring de kriebels heeft gekregen om de wandelschoenen aan te doen, de rugzak te pakken en naar Santiago de Compostela te gaan. Maar als je nog een zetje nodig hebt: doe het, je zult er geen spijt van krijgen want het is een fantastische ervaring.

Gerard Goudriaan

22 juni 2004

 

 

 

 


N I E U W S
Fietstocht door historisch Nieuwendam, vrijdag 11 augustus
Architectuurrondleiding door het groene en blauwe oeverlandschap van een prachtig stuk Amsterdam. Meer...




Joods Amsterdam. Donderdag 4 en vrijdag 5 mei 2017 vanaf de Nieuwmarkt.
Een wandeling door drie prachtige buurten met een tragisch verleden. meer...

Stadswandelkantoor op Facebook
Al jaren deelt Stadswandelkantoor het nieuws over onze activiteiten via Facebook. Meer..

Meer Nieuws...
Stadswandelkantoor Amsterdam. City Walks Office Amsterdam. Stadtwanderungen Amsterdam. Rondleidingen, wandelen, fietsen.