De wandeling begint bij RER-station Luxembourg, de uitgang jardin du Luxembourg. Ga langs de grote ingang, loop verder langs het hek van het park aan je linkerhand. Neem bij het begin van de rue de Médicis de eerste kleine ingang van het jardin du Luxembourg. Achter je zie je het Panthéon in zijn volle glorie.
Loop na de kleine ingangen naar rechts, dan licht naar beneden naar links langs de vijver met de fontaine de Médicis. Je komt op een brede laan, ga linksaf, ga rechtsaf langs het palais du Luxembourg (ga eventueel op en neer naar de vijver voor het paleis), neem na het paleis de laan naar links. Na de Orangerie en bij het toilethokje de laan naar links. Loop hem helemaal af en neem dan het pad schuin naar rechts naar de uitgang achter het gebouwtje bij de kruising van de rue Vavin, rue d’Assas en rue Guynemer.
Het jardin du Luxembourg is een klassiek, bijna chic park van 23 hectare. Het ligt aan de voet van het palais du Luxembourg, waar de Franse senaat zitting houdt. Het park is vanaf 7.30 uur geopend tot een half uur voor zonsondergang, uiterlijk tot 21.15 uur. Koningin Marie de Médicis liet het paleis in de 17e eeuw bouwen. Het park dateert uit 1801, het werd later flink uitgebreid. Het hoogtepunt van Le Luxembourg (Le Luco voor Parijzenaars) is de vijver die voor het paleis ligt. Op mooie dagen ontvouwt zich het typisch Parijse beeld van op de stoelen zonnebadende volwassenen en met bootjes spelende kinderen.
Direct bij de ingang is de fontaine Médicis uit 1624 de moeite waard. Het beeldhouwwerk van de fontein is niet zo oud, dat komt uit de 19e eeuw. Het park heeft ook een boomgaard en een aantal bijenkorven.
Het musée du Luxembourg (ingang 19, rue de Vaugirard) biedt onderdak aan soms prachtige tentoonstellingen. Het heeft geen vaste collectie.
Linksaf rue d’Assas. Direct bij de uitgang, op rue d’Assas nr.78, is een prettig café waar je kunt ontbijten en lunchen. Op nr.100 bis is het Zadkinemuseum. De toegang tot het museum is niet aan de straat. Je moet een doodlopend straatje in, waar je aan je rechterhand toegang krijgt tot een intieme tuin met een aantal mooie beelden van Zadkine. Daar is ook de ingang.
Er is een aantal zalen met mooie beelden van de beeldhouwer die in Nederland vooral bekend is geworden door zijn in mei 1953 onthulde Rotterdamse beeld ‘Monument voor de verwoeste stad’. In het museum zie je een proefversie van het beeld en een aantal foto’s. De toegang is gratis, als er geen expositie is. Je kunt in ieder geval een blik op de tuin werpen. Open: dinsdag t/m zondag 10.00-17.30 uur. Gesloten: op maandag en feestdagen.
Op rue d’ Assas nr. 102 zie je nog redelijk modern aandoende appartementen van Edouard Malot uit 1932.
Rue d’Assas even verdergaan, rechtsaf rue Le Verrier
Let in de rue Le Verrier op de nrs. 4, 6. 8 en 10. Het zijn relatief kleine bourgeoishuizen die dateren uit de 80er jaren van de 19e eeuw.
Rechtsaf rue Notre Dame des Champs
Op de hoek op rue Notre Dame des Champs nr.96 is een symmetrisch opgezet gebouw, half modern half traditioneel, met veel baksteen en glas in kubistische vormen. Het is van Leon-Joseph Madeline uit 1939. Je kijkt tegen de achterkant aan, de ingang met een heel ander soort voorgevel is aan de andere kant, op de boulevard Montparnasse.
Werp ook nog een blik op het pand op nr. 94 dat dateert uit 1898 en heden ten dage misschien wel aangenamer oogt dan de agressief moderne aanblik van de buurman.
Loop de rue Notre Dame des Champs verder af, tot pleintje.
Op nr.82 zien we weer een heel andere stijl: die van de voluptueuze Belle Epoque. Op de hoek, op nr.18 in de rue Vavin is een aangenaam café, Le Vavin. Als je naar binnen gaat, bekijk dan de zwartwitfoto’s.
Linksaf rue Vavin
Op rue Vavin nr.26 is een schitterend en voor die tijd zeer modern gebouw van Henri Sauvage uit 1912. Je kunt goed de weelderig begroeide dakterrassen zien. Het appartementsgebouw is bekend door zijn terrasopbouw en bekleding met witte en blauwe keramiektegels die je bijna tegemoet glanzen.
Linksaf boulevard Raspail
Op de boulevard Raspail aan de overkant, op nrs. 128-130, verschijnt een kantoorgebouw uit 1980 van Michel Herbert. Op dit weinig verrassende deel van de boulevard wilde hij een blikvanger neerzetten. Hij werkte daarvoor met spiegelend glas en zette het gebouw neer in de vorm van een accordeon. Op de boulevard passeer je het standbeeld van Balzac door Rodin.
Loop de boulevard Raspail verder af en steek de boulevard Montparnasse over
Je bent nu in het hart van Montparnasse, in wat in de vorige eeuw een tijd lang het centrum van de artiestenwijk van de wereld was: de kruising van boulevard Raspail en boulevard Montparnasse. In grand café Le Dome, nr.108, bevonden zich onder anderen Stravinsky, Picasso, Soutine, Braque, Derain en Zadkine onder de stamgasten, maar ook Lenin en Trotsky. Later voegden veel Amerikanen als Hemingway en Miller zich bij hen. Op nr. 102 is een ander bekend établissement, het café-restaurant La Coupole. Het opende in 1927 zijn deuren voor het publiek. In 1954 schreef Françoise Sagan hier Bonjour, tristesse. La Coupole ziet er uit als een grote stationshal. De eetzaal is uitzonderlijk groot met 450 zitplaatsen.
Andere bekende gelegenheden zijn La Rotonde (nr. 105) en Le Sélect (nr.99). Je kunt veel over deze wereld van toen lezen in boeken van Noël Riley Fitch (‘Met Hemingway in Parijs’ en in ‘Literaire cafés van Parijs’).
Als je verder de boulevard Raspail afloopt zie je op nr.216 een schitterend in wit opgetrokken ‘kubistisch’ gebouw met vensters met Mondriaantrekken. Het dateert uit 1934 en is van de architect Bruno Elkinen, van Joods/Poolse oorsprong.
Als je doorloopt, krijg je aan je linkerhand de rue Campagne-Première. Loop even naar nr. 31 en dan weer terug
Op nr. 31, een gebouw met ateliers voor kunstenaars, valt de gigantische voorgevel van glas en keramiek op. Het dateert uit 1912 en is ontworpen door Arfvidson. Het gebouw typeert de overgang tussen het decoratieve bouwen uit de 19e eeuw en de l’Art nouveau. Op nr. 29 is het hotel Istria met een gedenkplaat met namen van kunstenaars die hier logeerden.
Steek de boulevard Raspail over en ga iets terug in de richting van de boulevard Edgard Quinet. Loop deze af naar de ingang van het kerkhof Montparnasse aan je linkerhand.
Het kerkhof van Montparnasse is minder bekend dan Père Lachaise, maar ook erg de moeite waard. Bij het loket naast de hoofdingang is een plattegrond gratis (als e wilt met kleine fooi) verkrijgbaar, maar je moet er wel om vragen.
Er liggen een aantal beeldhouwers begraven (Henri Laurens, 7e divisie, met een modern werk dat de smart voorstelt; Brancusi op de 18e en Zadkine, 8e), Serge Gainsbourg (1e, zijn graf bedekt met Gitanes-peuken), Sartre en de Beauvoir (direct rechts van de hoofdingang) en de autofabrikant Citroën (18e). In zijn omgeving bevindt zich het graf van Pigeon, de uitvinder van de gelijknamige lamp. Hij ligt een boek te lezen bij het licht van zijn lamp. Interessant is het graf van de uitgever Champion in de 3e divisie, waar hij in zijn versteende boekenkast een boek leest. Zeker de moeite waard om te bezoeken is een prachtig beeldhouwwerk van Brancusi, op de hoek van de 19e en 22e divisie, aan de andere kant van de rue Emilie Richard (vanaf de ingang naar links), net voor de buitenmuur. Het is Le Baiser, de Kus, op het graf van T. Rachevskaia.
Ga terug naar de Boulevard Raspail, steek hem over en loop hem verder af
Aan de overkant op nr.266 zie je een opleiding voor binnenhuisarchitectuur. Het gebouw lijkt wel wat op het centre Pompidou met zijn blauwe buizen op de voorgevel, veel glas en metaal en zijn buiten geplaatste trappen.
Op nr. 261 is een bouwwerk van de architect Jean Nouvel die ook het Institut du Monde Arabe heeft gebouwd en één van de bekendste Franse architecten van deze tijd is. Hier is de Fondation Cartier voor hedendaagse moderne kunst gevestigd. Het is in twee gedeelten opgetrokken. In de lijn van de straat is een glazen wand, het eigenlijke gebouw ligt erachter.
Steek de boulevard over en ga rechtsaf naar de rue Schoelcher
De moeite waard zijn de huizen op de nrs. 5, 7, 11 en 11 bis. De gevel van nr. 5 heeft balkons en vensters die alle verschillend van vorm zijn. Het gebouw op nr. 11 bis bestaat uit geometrisch opgebouwde ateliers met uitspringende vensters.
Rechtsaf rue Froidevaux
Op de hoek op nr. 11 en iets verder op nrs. 19-23 zijn mooie appartementen, de laatste met indrukwekkende raampartijen over twee verdiepingen en een mozaïek van keramiektegeltjes. Het pand dateert uit 1929.
Linksaf rue Gassendi, rechtsaf rue Daguerre
De rue Daguerre is zo’n onbekend winkelstraatje in Parijs, waar je je meteen op je gemak voelt.
Het volgende deel is onnauwkeurig. Moet worden gecontroleerd en herschreven. Ik heb in ieder geval beschreven waar je de Jardin Atlantique in gaat en bij welke straat eruit.
Rechtsaf avenue du Maine, tweede straat links rue de l’Ouest, even inlopen en dan kom je rechts bij de place Constantin Brancusi
Dit pleintje is een geslaagd voorbeeld van moderne architectuur in de oude stad. Een voorbeeld van het laatste is het Art Nouveau-gebouwtje achteraan het plein.
Rechtsaf de rue Jules-Guesde. Voor stoplichten trap op rue de Perceval
De trap geeft toegang tot het jardin Atlantique.
Trap af bij het speelveld. Linksaf naar place de Catalogne. Nog beschrijven welke uitgang te nemen. Zorg dat je uiteindelijk uitkomt bij place de Catalogne.
Op het plein staat een merkwaardige fontein, waarvan het water een eigenaardig hellend watervlak vormt.
Neem na de place de Catalogne de rue du Chateau. Rechtsaf place de Séoul.
Hier vind je de door Bofill gebouwde colonnes de Séoul die dateren uit 1985. Het is een groot rond in nepklassieke futuristische stijl opgetrokken complex bestaande uit 270 sociale woningbouw appartementen.
Als je door de zuilen heenloopt, kom je bij de kerk Notre Dame du Travail. Loop evenwijdig langs de rue Vergincétorix door de plantsoentjes naar het zuiden. Rechtsaf rue Gergovie onder de spoorbaan door naar rue de la Procession.
Op nrs 82 bis-84 een spiegelend kantoor. Vergelijk dat met het huisje op nr.82. Je komt uit op de place Falquière, daarna schuin links naar de rue d’Alleray.
Op nr.8 van het pleintje is een Art Nouveau-complex uit 1906 met een bar-tabac op de begane grond. Je hebt daar uitzicht op de moderne kerk waar we zo langs lopen, de église de l’ Arche d’ Alliance. Hij dateert uit 1998 en is de eerste kerk die sinds 1968 in Parijs is gebouwd. Van buiten lijkt hij op een kubus bedekt met metaal, van binnen is het een piramide. De ontwerpers zijn van ‘Architecture Studio’. Je kunt op verschillende manieren de kerk binnengaan, via de trap, via de lift en via het doopvont. Hoewel de ruimte heel beperkt lijkt, is er plaats voor 350 mensen.
Aan de linkerkant van de rue d’Alleray is een muurschildering van Dirosa.
Linksaf rue Brancion, tweede weg linksaf rue de Vouillé, rechtsaf rue Santos Dumont.
Op rue Santos Dumont nrs. 16-18 is een constructie gekomen, die is geïnspireerd op het werk van Le Corbusier. Op de nrs. 26-28 staat ook iets dergelijks.
Ga even op en neer naar rechts naar de villa Santos Dumont.
De villa Santos Dumont lijkt op een dorpsweggetje door zijn lage bakstenen huisjes. Op nr. 15 is mooie mozaïek te zien en op nr.3 woonde Zadkine tien jaar. Georges Brassens woonde op het eind van zijn leven op nr.42.
Loop de rue Santos Dumont uit. Oversteken rue des Morillons, rechtdoor rue de Villafranca, rechtsaf rue Fizeau. Daar kom je bij de ingang van het parc Georges Brassens.
Wandel het park door.
Je verlaat het park via de zuidwestelijke uitgang, die uitkomt op de rue de Dantzig.Rechtsaf rue de Dantzig.
Bij nr.52 is de ingang van de passage de Dantzig. Op nr.2 van de passage is een opmerkelijk veelhoekig gebouw dat la Ruche (de bijenkorf) wordt genoemd. Het is ontworpen door Eiffel voor de wereldtentoonstelling van 1900.
Ga de passage uit, rechtsaf rue de Saïda.
Op nr.5 bevindt zich een complex sociale huurwoningen in 1913 gebouwd voor grote, arme gezinnen. De architect, Auguste Labussière gaf hun niet alleen niet alleen toiletten en gemeenschappelijke douches, maar ook veel licht en lucht.
Linksaf rue Oliver, rechtsaf boulevard Lefebvre, die later de boulevard Victor wordt.
Aan de overkant zie je het grote gebouw van de technische hogeschool, dat met zijn klassieke elementen indrukwekkend probeert over te komen.
Loop de boulevard Victor af .
Op nr. 3 van de boulevard Victor staan 70 luxe appartementen, gebouwd in 1934 onder architectuur van Pierre Patout. Het is gebouwd in de zogenaamde stoombootstijl. Aan de overkant van de boulevard komt het gebouw beter tot zijn recht.
Rechtsaf place Balard onder het spoor van de metro door, linksaf naar rue Leblanc.
Als je de straat even doorloopt naar de hoek met de rue St-Charles (nr.230) zie je een complex met kunstenaarsateliers en appartementen. Het grenst aan een uithoek van het parc André Citroën. De architect, Kagan, noemde zijn schepping -uit 1992- democratische gebouwen omdat je goed naar binnen kunt kijken.
Ga linksaf naar rue St-Charles.
Op nr. 201, op de hoek met de rue Balard, zie je het schoolgebouw van collège l’Artense uit 1989.
Vervolg de rue St-Charles tot de rue de la Montagne-d’Aulas.
Bij nr. 186 kun je naar twee moderne gebouwen gaan. Daar is een sportschool (1990) en bij de rue de la Montagne-d’Aulas nr.8 een ruimtevaartachtig gebouw, een bibliotheek. Hij dateert uit 1990 en is van Franck Hammoutène.
Loop de rue de la Montage-d’Aulas af. Ga via de place carrée het parc André Citroën in.
Het park is van 1992 en een schepping van Patrick Berger. Bekijk uitgebreid het park.
Ga uiteindelijk het park uit in de verre rechter hoek (noordwesten). Daar kom je bij de quai André Citroën. Loop door naar het Rond-Point du Pont Mirabeau. Daar kunnen we de RER nemen.
30-7-03, © Gerard Goudriaan. Foto's: Joppe de Groot en Lia van Vliet
